Na de vrijmibo
We hadden te veel gedronken om nog het kantoorfatsoen overeind te houden. De rest ging door naar een bar. Hij en ik bleven in de vergaderzaal hangen, 'even opruimen'. De whiteboardstift lag nog open. Iemand had WINNERS op het bord gekalkt.
Hij sloot de deur. Niet op slot, alleen dicht. Dat was erger. Ik zat op de tafel, hakken tegen het hout, en hij ging tussen mijn knieën staan. Zijn stropdas zat al los. Ik trok hem verder.
Mijn rok schoof omhoog, zijn mond ging over mijn hals, over de plek die hij op kantoor nooit mocht aanraken. Ik hoorde stemmen in de gang en hield mijn adem in. Hij niet. Hij duwde mijn slip opzij en liet me voelen hoe hard hij al was.
We deden het op die tafel, papieren onder mijn rug, zijn hand over mijn mond als ik te hard werd. Het fluorescerende licht was meedogenloos en dat vond ik prettig. Geen sfeer, geen excuus. Alleen wij en een halfuur dat niet in de urenregistratie paste.
Maandag zei hij bij het koffieapparaat alleen: 'Die stift is op.' Ik moest lachen, te hard, en liep door.
Hij sloot de deur. Niet op slot, alleen dicht. Dat was erger. Ik zat op de tafel, hakken tegen het hout, en hij ging tussen mijn knieën staan. Zijn stropdas zat al los. Ik trok hem verder.
Mijn rok schoof omhoog, zijn mond ging over mijn hals, over de plek die hij op kantoor nooit mocht aanraken. Ik hoorde stemmen in de gang en hield mijn adem in. Hij niet. Hij duwde mijn slip opzij en liet me voelen hoe hard hij al was.
We deden het op die tafel, papieren onder mijn rug, zijn hand over mijn mond als ik te hard werd. Het fluorescerende licht was meedogenloos en dat vond ik prettig. Geen sfeer, geen excuus. Alleen wij en een halfuur dat niet in de urenregistratie paste.
Maandag zei hij bij het koffieapparaat alleen: 'Die stift is op.' Ik moest lachen, te hard, en liep door.
