18+

Leeftijdsverificatie (18+)

Om gebruik te kunnen maken van Intiemverhaal.nl moet je minimaal 18 jaar of ouder zijn.

Leestijd ± 7 minuten

Jouw handschrift in de marge

Categorie: Romantisch

Jouw handschrift in de marge

Eline 29 Oktober 2026 2× gelezen Romantisch
0.0
Het boek kostte twee euro vijftig en lag in een krat buiten bij het antiquariaat in de Lange Nieuwstraat, tussen een atlas uit 1987 en een stapel kookboeken met vetvlekken. Een vertaalde roman die ik als studente al eens had willen lezen en nooit had gelezen. Ik nam hem mee zonder hem open te slaan.

Thuis, op de bank met een deken over mijn benen, zag ik pas dat iemand erin had geschreven. Kleine, schuine letters in potlood, in de marge van bijna elke bladzijde. Geen aantekeningen zoals studenten maken, geen pijltjes en uitroeptekens, maar zinnetjes. Bij een passage over een vrouw die bij een raam staat te wachten: Zo stond jij bij het station. Bij een beschrijving van regen op een dak: Dit is precies het geluid van de zolder in Zeeland. En op bladzijde negentig, onderstreept: Niemand heeft dit ooit zo mooi gezegd behalve jij, die ene keer op de dijk.

Ik las het boek in drie avonden, en eigenlijk las ik twee boeken: het verhaal zelf en het verhaal van de man in de marge. Want dat het een man was, wist ik op een of andere manier zeker. Op het schutblad stond een naam, Jurre, en een datum van negen jaar geleden. Achterin, bij de laatste bladzijde, stond geen aantekening. Alleen een klein, voorzichtig getekend vraagteken.

Een week later ging ik terug naar het antiquariaat. De eigenaar, een oudere man met een vest vol kattenhaar, wist niet waar het boek vandaan kwam. Hele dozen tegelijk, zei hij. Opruiming na een verhuizing, of na een scheiding, dat zie je vaak. Ik voelde me een beetje dom dat ik had gevraagd en kocht uit beleefdheid een gedichtenbundel.

Ik dacht dat het daarmee klaar was. Maar drie weken later, op een zaterdagochtend in de tweedehandsboekwinkel op de markt, stond er naast me een man die een paperback opensloeg, er even in bladerde en met een potlood uit zijn binnenzak iets in de marge zette. Gewoon zo, in een boek dat nog niet van hem was. Ik zag het schuine handschrift en mijn hart sloeg over.

'Sorry,' zei ik, voordat ik er goed over had nagedacht. 'Heet jij toevallig Jurre?'

Hij keek op. Een smal gezicht, donkere krullen met wat grijs bij de slapen, een bril die hij met één vinger terugduwde. 'Ja,' zei hij langzaam. 'Hoezo?'

Ik vertelde het hem daar, tussen de kratten, terwijl de marktkoopman naast ons kaas aanprees. Hij werd eerst rood, toen stil, en toen lachte hij een beetje ongelovig. 'Dat boek,' zei hij. 'Ik heb het weggegeven met een hele doos. Ik dacht dat niemand die dingen ooit zou lezen.'

'Ik heb ze allemaal gelezen,' zei ik. 'Twee keer.'

We dronken koffie in het café op de hoek. Hij vertelde dat het boek van een tijd was waarin hij verliefd was geweest op iemand die uiteindelijk naar Canada was vertrokken. Dat hij het daarna niet meer kon openslaan en het ook niet weg kon gooien, tot hij vorig jaar verhuisde en besloot dat het tijd was. Ik vertelde dat ik vertaalster was, dat ik voor mijn werk de hele dag zinnen van de ene taal naar de andere droeg en daardoor bijna vergeten was hoe het was om gewoon te lezen.

'En het vraagteken?' vroeg ik. 'Achterin.'

Hij draaide zijn kopje rond op het schoteltje. 'Dat was de vraag of ze terug zou komen,' zei hij. 'Het antwoord was nee. Maar dat wist ik toen nog niet.'

We zagen elkaar weer. Eerst om boeken te ruilen, wat een doorzichtig excuus was, en dat wisten we allebei. Hij gaf me een roman met zijn aantekeningen van nu, en ik gaf hem er een terug met de mijne. Mijn handschrift was rechter en ronder dan het zijne en ik schreef minder, maar elke keer als ik iets in de marge zette, dacht ik aan zijn gezicht als hij het zou lezen. Bij een scène over twee mensen die in de regen naar huis fietsen schreef ik: Dit wil ik een keer met jou. Ik gaf hem het boek en vluchtte bijna de trap van zijn portiek af.

Twee dagen later belde hij. Het regende. Hij vroeg of ik een fiets had.

We fietsten van zijn huis naar het mijne, twintig minuten door een stad die onder water leek te staan, en kwamen allebei doorweekt aan, lachend, met water dat uit onze mouwen liep. In mijn gang trok hij zijn jas uit en ik zag dat zijn overhemd eronder ook nat was, tegen zijn schouders geplakt. Hij zette zijn beslagen bril af. Zonder bril zag hij er jonger uit, en kwetsbaarder.

'Ik heb een handdoek,' zei ik, en ik bleef staan.

Hij kwam een stap dichterbij. 'Ik heb in jouw boek ook iets geschreven,' zei hij. 'Achterin. Maar ik denk dat ik het beter gewoon kan zeggen.'

'Zeg het dan.'

Hij zei niets. Hij kuste me. Zijn mond was koud van de regen en werd snel warm, en zijn handen lagen eerst voorzichtig op mijn middel en toen steviger in mijn rug, door mijn natte trui heen. Ik trok hem aan zijn kraag naar me toe en voelde zijn hart tegen mijn borst. We stonden zo lang in die gang dat er een plasje onder onze schoenen ontstond.

In de badkamer hielpen we elkaar uit de natte kleren. Het ging onhandig, knoopjes die niet wilden, een mouw die bleef plakken, en we lachten erom, en daardoor was het minder spannend en tegelijk veel meer. Hij was slank en bleek, met een dun spoor donker haar over zijn buik. Hij keek naar me alsof hij een bladzijde las die hij niet te snel uit wilde hebben. Ik voelde me niet bekeken. Ik voelde me gelezen.

Ik nam hem mee naar mijn slaapkamer, waar de gordijnen nog open waren en het licht van de straatlantaarn door de regen op het plafond flikkerde. We kropen onder het dekbed en lagen eerst alleen maar tegen elkaar aan, om warm te worden. Zijn voeten waren ijskoud. Ik zei het en hij verontschuldigde zich, en ik zei dat hij ze moest houden waar ze waren.

Hij kuste me langzaam, van mijn mond naar mijn hals naar het kuiltje boven mijn sleutelbeen. Zijn handen gingen over mijn huid alsof hij de weg wilde onthouden. Toen hij mijn borst in zijn mond nam, zacht en daarna minder zacht, trok ik hem aan zijn krullen dichter tegen me aan en hoorde ik mezelf ademen. Hij bleef daar, geduldig, tot mijn heupen vanzelf tegen hem aan begonnen te bewegen.

'Mag ik?' vroeg hij, met zijn hand op mijn buik.

'Ja.'

Zijn vingers waren inmiddels warm. Hij streelde me eerst door mijn slipje, toen eronder, en ik deed mijn benen verder open en sloot mijn ogen. Hij luisterde naar me zoals hij las: aandachtig, met een kleine pauze als iets hem raakte. Als ik zuchtte, deed hij het nog eens. Als ik zijn pols vastpakte om hem bij te sturen, liet hij zich sturen. Ik kwam onder zijn hand, onverwacht snel, met mijn gezicht tegen zijn schouder en mijn nagels in zijn rug.

Daarna trok ik hem boven op me. Ik pakte een condoom uit de la van mijn nachtkastje, iets wat ik maanden eerder hoopvol had gekocht en daarna vergeten, en we deden het samen om, weer onhandig, weer lachend. Toen hij in me gleed, langzaam, hield hij zijn voorhoofd tegen het mijne en zei hij mijn naam. Eline. Hij zei het alsof hij het voor het eerst opschreef.

We bewogen traag. De regen tikte tegen het raam en ergens beneden op straat claxonneerde een auto, en het leek allemaal heel ver weg. Ik sloeg mijn benen om hem heen en voelde hem dieper, en hij kreunde zacht in mijn haar. Ik wilde hem zien, dus duwde ik hem op zijn rug en ging op hem zitten, en daar, met zijn handen op mijn heupen en het flikkerende licht over zijn gezicht, keek hij naar me met een openheid die me bijna aan het huilen maakte. Ik kwam een tweede keer, rustiger nu, diep en lang, en hij een paar halen later, met zijn ogen open en zijn hand tegen mijn wang.

We lagen daarna lang stil. Zijn voeten waren eindelijk warm. Hij speelde met een lok van mijn haar en ik luisterde naar zijn ademhaling die langzaam terugkwam.

'Wat had je geschreven?' vroeg ik. 'Achterin.'

'Ga maar kijken,' zei hij.

Ik stond op, naakt en een beetje koud, en haalde het boek uit mijn tas, dat wonder boven wonder droog was gebleven. Op de laatste bladzijde, onder de laatste zin van het verhaal, stond in zijn schuine potloodletters geen vraagteken. Er stond: Ik hoop dat jij blijft.

Ik kroop terug in bed, legde het boek op het nachtkastje en pakte het potlood dat nog in zijn natte broekzak op de badkamervloer lag. Onder zijn zin schreef ik, in mijn ronde letters, één woord. Daarna deed ik het licht uit en trok hem tegen me aan, en de regen hield die nacht niet meer op.

's Ochtends las hij het, met zijn bril scheef op zijn neus en een kop koffie in zijn hand. Hij zei niets. Hij glimlachte alleen, legde het boek dicht en kwam terug onder het dekbed. Er stond ja.

Wat vond je van dit verhaal?

Nog geen beoordelingen — wees de eerste!