18+

Leeftijdsverificatie (18+)

Om gebruik te kunnen maken van Intiemverhaal.nl moet je minimaal 18 jaar of ouder zijn.

Leestijd ± 8 minuten

Om half vier in de linnenkamer

Categorie: Telefoonsex

Om half vier in de linnenkamer

Sander 28 Oktober 2026 7× gelezen Telefoonsex
0.0
Iris werkte die winter nachtdiensten op de IC in Groningen, en ik zat met een project in Lissabon dat elke week een week langer duurde. Tussen ons lag een uur tijdsverschil en ongeveer tweeduizend kilometer, en het enige moment dat we allebei wakker en alleen waren, was haar pauze om half vier 's nachts. Bij mij was het dan half drie. Ik zette elke avond een wekker.

De eerste weken belden we gewoon. Ze vertelde over de man in bed zes die elke nacht naar zijn vrouw vroeg, ik vertelde over de airco in mijn appartement die klonk als een koelkast met hoest. Ze at haar boterhammen in de personeelskamer en ik hoorde het papier kraken. Soms zeiden we een minuut lang niets en luisterden we alleen naar elkaars adem, en dat was genoeg.

Tot de nacht dat het niet genoeg was.

'Ik heb je trui aan,' zei ze. 'Die grijze. Onder mijn jas, op de fiets hierheen. Hij ruikt nog naar jou.'

'Hij ruikt naar wasmiddel,' zei ik. 'Ik heb hem gewassen voor ik wegging.'

'Niet waar. Hij ruikt naar jou. Ik heb hem vanmiddag in bed aangehad. Alleen die trui.'

Ik lag op mijn rug op het hotelbed, de gordijnen open, het licht van een straatlantaarn in een schuine streep over het plafond. Ik zei haar naam, en meer niet, omdat ik niet wist wat ik verder moest zeggen.

'Sander,' zei ze. 'Ik zit in de linnenkamer. De deur zit op slot. Ik heb nog achtentwintig minuten.'

Ik ging rechtop zitten. 'Iris.'

'Ik weet het. Het is idioot. Maar ik heb al drie weken niet meer dan je stem gehad en ik word er gek van.' Ze lachte zacht, een beetje beschaamd. 'Vertel me wat je zou doen. Als je hier was. Hier, tussen de stapels lakens.'

Ik had dit nog nooit gedaan. Niet zo. We hadden elkaar weleens een foto gestuurd, een halve, met een knipoog erbij, maar dit was anders. Haar stem was dichtbij, lager dan normaal, en ik hoorde dat ze op iets ging zitten.

'Ik zou eerst de deur nog een keer controleren,' zei ik. 'Omdat ik jou ken.'

'Hij zit op slot.'

'Dan zou ik je jas uitdoen. Langzaam. En die trui eronder zien en denken: die is van mij, en zij ook.'

Ze ademde uit. 'Ga door.'

'Ik zou mijn handen eronder schuiven. Op je buik. Je huid is altijd warm, zelfs als je net van de fiets komt. Ik zou ze omhoog laten gaan, over je ribben, tot ik merk dat je geen bh aanhebt.'

'Heb ik ook niet,' zei ze. 'Die zit in mijn kluisje.'

Ik moest lachen en tegelijk werd mijn keel droog. 'Dat had je niet moeten zeggen.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik nu nergens anders meer aan kan denken.'

Ze vroeg wat ik aanhad. Een boxershort, zei ik, en verder niets, omdat het in Lissabon zelfs in december nog vijftien graden was en de verwarming niet uit wilde. Ze vroeg of ik hard was. Ik zei ja. Ze zei dat ze het wilde horen, en ik begreep eerst niet wat ze bedoelde, tot ze zei: 'Zeg het gewoon. Zeg wat je doet.'

Dus ik zei het. Dat ik mijn hand onder het elastiek schoof. Dat ik aan haar dacht, aan hoe ze altijd haar onderlip tussen haar tanden nam als ik haar daar aanraakte, aan het geluid dat ze dan maakte, half lach en half zucht. Ik hoorde haar ademen veranderen. Ze zei dat ze haar hand in haar broek had, die lichtblauwe ziekenhuisbroek met het koord, en dat ze zich schaamde en dat het haar niets kon schelen.

'Waar ben je?' vroeg ik.

'Tegen de kast. Op de grond. Er ligt een stapel kussenslopen onder me.' Ze lachte weer, en het lachen brak halverwege. 'Ik ben zo nat, Sander. Van alleen je stem.'

Ik moest mijn ogen dichtdoen. Ik zag haar voor me, in die smalle ruimte met het tl-licht en de geur van strijkstijfsel, haar knieën opgetrokken, mijn trui tot onder haar kin. Ik vertelde haar wat ik zou doen als ik daar naast haar zat. Dat ik haar hand zou wegduwen en de mijne ervoor in de plaats zou leggen. Dat ik langzaam zou beginnen, zoals ze het graag had, met twee vingers in kleine rondjes, en dat ik pas sneller zou gaan als ze erom vroeg.

'Ik vraag erom,' fluisterde ze.

'Nog niet.'

'Sander.'

'Nog niet. Je hebt nog drieëntwintig minuten.'

Ze kreunde, zacht, met haar mond dicht, en het geluid ging door me heen alsof ze naast me lag. Ik bewoog mijn hand op het ritme van haar adem. Het was vreemd en vertrouwd tegelijk: ik kende haar lichaam, ik wist wanneer haar heupen omhoog zouden komen en wanneer ze haar hielen in het matras zou duwen, maar nu moest ik het allemaal raden aan geluid. Een ademhaling die stokte. Een rits van een jas die ergens tegenaan tikte. Mijn naam, half ingeslikt.

'Vertel me wat jij doet,' zei ik. 'Precies.'

En dat deed ze. Ze vertelde het zonder omwegen, in die zakelijke toon die ze ook bij overdrachten had, en dat maakte het bijna ondraaglijk. Twee vingers in zichzelf, haar duim waar ik hem altijd legde. Haar andere hand onder de trui, om haar borst, haar tepel tussen haar vingers. Dat ze wenste dat het mijn mond was. Dat ze mijn gewicht miste, het gevoel van mij boven haar, het moment dat ik in haar kwam en even stil bleef liggen omdat het zo goed was dat ik niet durfde te bewegen.

'Ik mis dat ook,' zei ik, en mijn stem klonk schor. 'Ik mis hoe je dan je benen om me heen slaat. Alsof je bang bent dat ik wegga.'

'Je bent ook weggegaan.'

Het was geen verwijt. Ze zei het zacht, en ik hoorde dat ze glimlachte.

'Nog negen dagen,' zei ik.

'Negen dagen.' Haar adem werd korter. 'Sander, ik ga... ik kan het niet tegenhouden.'

'Dat hoeft niet. Ik ben hier. Laat het maar komen.'

Ze kwam met haar gezicht in mijn trui gedrukt, dat wist ik zeker, omdat het geluid ineens gedempt werd, een lange, gesmoorde kreun die overging in iets wat op lachen leek. Ik hoorde een stapel lakens omvallen. Ik hoorde haar 'shit' fluisteren, en daarna niets dan ademhalen. Het duurde nog geen minuut voordat ik zelf ook kwam, op mijn buik, in het oranje licht van die lantaarn, haar naam hardop in een lege kamer in een stad waar niemand hem kende.

Daarna lagen we een tijdje stil. Ik hoorde haar de lakens weer opstapelen.

'Die moeten allemaal opnieuw gevouwen worden,' zei ze. 'Als Marjolein vraagt wat er gebeurd is, zeg ik dat ik flauwviel.'

'Is dat gelogen?'

'Een beetje.' Ze snoof. 'Ik heb nog zeven minuten en ik moet mijn haar nog doen. Ik zie eruit alsof ik in een wasmachine heb gezeten.'

'Je ziet er vast prachtig uit.'

'Jij kunt me niet zien.'

'Ik zie je toch.'

Ze zei een tijdje niets. Toen zei ze: 'Bel je morgen weer?'

'Om half drie. Mijn wekker staat al.'

'Neem dan een handdoek mee naar bed,' zei ze droog, en ze hing op voordat ik kon antwoorden.

De nachten daarna waren niet allemaal zo. Soms was ze te moe en at ze alleen haar boterham en vertelde ze over een patiënt die het niet gehaald had, en dan luisterde ik en zei ik weinig. Soms was ik degene die niet kon praten, omdat de klant weer een deadline had verschoven en ik om zes uur op moest. Maar een paar keer, als haar stem lager werd en ze 'de deur zit op slot' zei, wist ik wat er kwam, en ik leerde om met mijn ogen dicht te luisteren naar elk geluid dat ze maakte. Ik leerde dat ze sneller kwam als ik haar vertelde wat ik níet ging doen. Ik leerde dat ze het mooi vond als ik haar naam zei op het moment zelf. Zij leerde dat ik het niet kon hebben als ze zachtjes lachte terwijl ze zichzelf aanraakte, en ze deed het daarom steeds vaker.

Op de negende dag landde ik om half elf 's avonds op Schiphol. Ik nam de laatste trein naar het noorden en appte haar dat ik er om twee uur zou zijn. Ze stuurde een duim terug en verder niets, omdat ze dienst had.

Ik ging niet naar huis. Ik liep van het station naar het ziekenhuis, met mijn rolkoffer over de klinkers, en ging op een bankje bij de personeelsingang zitten. Het was koud, het soort Groningse kou dat in je mouwen kruipt. Om tien over half vier ging de deur open en kwam ze naar buiten, haar jas open, die grijze trui eronder, een bekertje koffie in haar hand. Ze zag me en bleef stilstaan.

'Je bent gek,' zei ze.

'Ik wilde je stem horen,' zei ik. 'Zonder telefoon ertussen.'

Ze zette de koffie op het bankje en kuste me, hard, met koude lippen en warme handen in mijn nek. Ze rook naar desinfectiemiddel en naar mij, naar die trui. Ik voelde haar lachen tegen mijn mond.

'Ik heb nog drieëntwintig minuten,' zei ze.

'Ik weet het.'

'De linnenkamer is op de tweede verdieping.'

'Iris.'

'Grapje.' Ze trok me naast zich op het bankje en legde haar hoofd tegen mijn schouder. 'Om half acht ben ik vrij. Ga naar huis, zet de verwarming hoog en wacht op me in bed. Zonder boxershort.'

'En dan?'

Ze nam een slok koffie en keek me aan over de rand van het bekertje. 'Dan hoef je me niets meer te vertellen,' zei ze. 'Dan mag je het gewoon doen.'

Ik liep naar huis door de lege straten met mijn koffer achter me aan. Ik zette de verwarming op drieëntwintig graden en ging liggen, en voor het eerst in weken stond er geen wekker. Om tien voor acht hoorde ik haar sleutel in het slot, haar tas op de grond, haar schoenen een voor een tegen de muur. Ze kwam de slaapkamer in met de trui nog aan en verder niets, en ze ging boven op me zitten en zei geen woord.

Dat was het mooiste van die ochtend, denk ik nog steeds. Dat we na al die nachten van praten niets meer hoefden te zeggen.

Wat vond je van dit verhaal?

Nog geen beoordelingen — wees de eerste!