Sneeuw tegen het dakraam
Het huisje lag aan het einde van een bospad in de Ardennen, zo ver van alles dat mijn telefoon het bij de voordeur al opgaf. Dat was precies de bedoeling. Na een jaar waarin ik voor iedereen had klaargestaan, mijn moeder, mijn team, mijn ex die zijn spullen pas in november kwam halen, had ik mezelf vijf dagen cadeau gedaan. Vijf dagen niemand. Vijf dagen Esther.
De eerste avond deed ik bijna niets. Ik stookte de houtkachel op, at brood met kaas op de bank en keek naar de sneeuw die tegen het schuine dakraam boven het bed tikte. Het was januari en koud, en binnen werd het langzaam zo warm dat ik mijn trui uittrok, toen mijn sokken, en uiteindelijk in alleen een oud T-shirt en mijn slipje onder een dikke plaid lag te lezen.
Ik las niet echt. Ik merkte dat ik dezelfde bladzijde drie keer opnieuw begon, omdat mijn gedachten steeds afdwaalden naar de stilte, naar het feit dat er niemand was die kon binnenlopen, niemand die iets van me nodig had. Het was een vreemd soort vrijheid. Ik had al maanden geen zin gehad in seks, niet met hem, niet met mezelf. Mijn lijf was een ding geworden dat me van afspraak naar afspraak droeg.
In mijn tas zat iets wat mijn beste vriendin Hanneke me had gegeven voordat ik vertrok, in een cadeauzakje met een strik. 'Niet openen waar ik bij ben,' had ze gezegd, en ze had erbij geknipoogd. Ik had het in de auto opengemaakt bij een tankstation, rood geworden en het snel weer in het zakje gestopt. Een vibrator, zacht en roze, met een knop die ik nog niet had durven aanraken.
Die eerste avond liet ik hem in de tas zitten. Ik viel in slaap met de plaid tot aan mijn kin en het geluid van de sneeuw boven me.
De tweede dag maakte ik een lange wandeling door het bos. De bomen stonden zwart en stil, de sneeuw kraakte onder mijn schoenen, mijn adem hing in wolkjes voor mijn gezicht. Ik liep tot mijn wangen gloeiden en mijn benen moe waren op die goede manier, de manier waarop je je lichaam weer voelt. Toen ik terugkwam vulde ik het grote bad in de badkamer, zo heet als ik het kon verdragen, en liet me erin zakken tot alleen mijn hoofd nog boven het water uitstak.
Daar begon het eigenlijk. Niet met een plan, niet met een besluit. Het warme water, de kou die uit mijn botten trok, de geur van de lavendelolie die ik erin had gegoten. Ik liet mijn handen over mijn armen glijden, over mijn buik, en merkte hoe lang het geleden was dat ik mezelf zo had aangeraakt: zonder haast, zonder doel. Mijn borsten dreven half boven het water, mijn tepels werden hard in de koelere lucht. Ik streek er met mijn vingertoppen overheen en voelde een rilling die niets met kou te maken had.
Ik deed mijn ogen dicht. Ik liet mijn hand verder zakken, over de zachte welving van mijn buik, tussen mijn benen. Het water maakte alles glad en traag. Ik raakte mezelf aan zoals je een oude vriend begroet die je lang niet hebt gezien, een beetje onwennig, een beetje ontroerd. Kleine rondjes. Druk, en weer loslaten. Mijn adem werd dieper. Ik zakte iets verder onderuit, zette mijn voeten tegen de rand van het bad en liet mijn knieën uit elkaar vallen.
Het duurde lang. Ik liet het lang duren. Elke keer als ik voelde dat het spannender werd, vertraagde ik, haalde mijn hand weg, liet het water over me heen bewegen tot de spanning een beetje zakte, en begon dan opnieuw. Ik had geen haast. Niemand wachtte op me. Dat besef alleen al maakte me warmer dan het badwater.
Toen ik uiteindelijk kwam, was het zacht en diep, een golf die van onder uit mijn buik omhoog rolde en me deed zuchten op een manier die ik van mezelf niet kende. Het water klotste tegen de rand. Ik bleef liggen tot het lauw werd, met een glimlach die ik niet weg kon krijgen.
Die avond haalde ik het cadeauzakje uit mijn tas.
Ik deed alle lampen uit behalve de kleine leeslamp naast het bed en legde nog een blok hout in de kachel. Het oranje licht flakkerde over de houten wanden. Boven me, door het dakraam, zag ik de sneeuw nu dikker vallen, grote vlokken die op het glas bleven liggen en langzaam smolten. Ik trok mijn T-shirt uit en kroop naakt onder de plaid. De lakens waren koel tegen mijn huid en werden langzaam warm.
De vibrator lag zwaarder in mijn hand dan ik had verwacht. Ik draaide hem om, vond de knop, drukte erop. Een zacht gezoem vulde de kamer en ik schoot in de lach, alleen in een huisje in een bos, als een tiener die iets stiekems doet. Toen hield ik op met lachen en legde hem tegen de binnenkant van mijn dij.
De trilling ging dwars door me heen. Ik ademde scherp in. Ik liet hem langzaam omhoog glijden, langs de lies, en stopte vlak voordat hij de plek bereikte waar ik hem eigenlijk wilde hebben. Ik plaagde mezelf. Dat had ik nog nooit gedaan, niet bewust in elk geval, en het verbaasde me hoeveel het deed: het wachten, het bijna, het niet-helemaal.
Met mijn andere hand streelde ik mijn borsten, kneep zacht in een tepel, draaide hem tussen mijn vingers. Mijn heupen begonnen uit zichzelf te bewegen, op zoek naar het gezoem. Toen ik het eindelijk toeliet en de vibrator tegen mijn clitoris legde, kreunde ik hardop. Het geluid klonk vreemd in de stille kamer, en het kon me niets schelen. Er was niemand. Ik mocht zo hard zijn als ik wilde.
Ik zette hem een stand hoger. Mijn hele onderlichaam begon te tintelen, mijn tenen krulden in het laken. Ik dacht aan niets en aan alles tegelijk: aan het warme bad, aan de koude lucht in het bos, aan handen die niet de mijne waren, aan een mond, aan een vreemde die ik nooit zou ontmoeten. Ik liet de beelden komen en gaan zonder ze vast te houden. Het ging niet om hen. Het ging om mij.
Ik kwam hard, harder dan ik in jaren was gekomen, met mijn rug hol en mijn hoofd achterover in het kussen en een schreeuw die ik niet probeerde in te houden. Het ging maar door, golf na golf, tot ik de vibrator weg moest trekken omdat het te veel werd. Ik lag te hijgen onder het dakraam, mijn huid glanzend van het zweet, mijn hart bonzend in mijn oren.
En toen gebeurde er iets wat ik niet had verwacht: ik begon te huilen. Niet van verdriet, niet echt. Het was meer alsof er iets losliet dat al maanden vastzat. Al die keren dat ik mezelf had weggecijferd. Al die avonden dat ik naast iemand had gelegen die me niet meer zag. Ik huilde een paar minuten, met de plaid tegen mijn gezicht, en daarna voelde ik me lichter dan ik me in een jaar had gevoeld.
De dagen daarna kreeg alles een ander ritme. Ik sliep uit. Ik wandelde. Ik las eindelijk dat boek uit. En ik raakte mezelf aan wanneer ik daar zin in had, wat vaak was: 's ochtends half wakker onder de dekens, 's middags op de bank voor de kachel, een keer zelfs in de sneeuw achter het huisje, met mijn jas open en mijn hand in mijn broek en het gevoel dat het hele bos de adem inhield. Ik ontdekte dingen. Dat ik van langzaam hield. Dat ik het fijn vond om hardop te praten tegen mezelf, kleine aanmoedigingen, alsof ik mijn eigen minnaar was. Dat ik soms twee, drie keer achter elkaar kon komen als ik me de tijd gaf.
Op de laatste avond zat ik met een glas wijn bij de kachel en schreef in mijn notitieboekje. Niet over seks, niet alleen. Over wat ik wilde. Over wat ik niet meer wilde. Het werd een lijst van twee bladzijden, en bovenaan stond in hoofdletters: JEZELF NIET MEER VERGETEN.
De volgende ochtend was de sneeuw gesmolten tot natte plekken op het pad. Ik laadde mijn tas in de auto en keek nog één keer om naar het huisje, het schuine dakraam, de rook die nog zwak uit de schoorsteen kringelde.
Bij het eerste dorp kreeg ik weer bereik. Mijn telefoon trilde onafgebroken: berichten van mijn moeder, van mijn werk, een mail van mijn ex over de verhuizing. Ik keek er even naar en legde de telefoon toen omgekeerd op de passagiersstoel.
Eén berichtje stuurde ik wel. Aan Hanneke.
'Bedankt voor het cadeau,' typte ik. 'Je had geen idee hoe hard ik het nodig had.'
Ze stuurde binnen een minuut een rij lachende emoji's terug, en daarna: 'Ik wel. Daarom gaf ik het je.'
Ik reed naar huis met de radio aan en mijn raam op een kier, de koude lucht tegen mijn gezicht. Er wachtte een hoop op me. Dat wist ik. Maar voor het eerst in lange tijd wist ik ook dat er iemand was die altijd op mijn hand zou wachten, op de bank, in bad, onder een dakraam vol sneeuw. En dat die iemand ik zelf was.
De eerste avond deed ik bijna niets. Ik stookte de houtkachel op, at brood met kaas op de bank en keek naar de sneeuw die tegen het schuine dakraam boven het bed tikte. Het was januari en koud, en binnen werd het langzaam zo warm dat ik mijn trui uittrok, toen mijn sokken, en uiteindelijk in alleen een oud T-shirt en mijn slipje onder een dikke plaid lag te lezen.
Ik las niet echt. Ik merkte dat ik dezelfde bladzijde drie keer opnieuw begon, omdat mijn gedachten steeds afdwaalden naar de stilte, naar het feit dat er niemand was die kon binnenlopen, niemand die iets van me nodig had. Het was een vreemd soort vrijheid. Ik had al maanden geen zin gehad in seks, niet met hem, niet met mezelf. Mijn lijf was een ding geworden dat me van afspraak naar afspraak droeg.
In mijn tas zat iets wat mijn beste vriendin Hanneke me had gegeven voordat ik vertrok, in een cadeauzakje met een strik. 'Niet openen waar ik bij ben,' had ze gezegd, en ze had erbij geknipoogd. Ik had het in de auto opengemaakt bij een tankstation, rood geworden en het snel weer in het zakje gestopt. Een vibrator, zacht en roze, met een knop die ik nog niet had durven aanraken.
Die eerste avond liet ik hem in de tas zitten. Ik viel in slaap met de plaid tot aan mijn kin en het geluid van de sneeuw boven me.
De tweede dag maakte ik een lange wandeling door het bos. De bomen stonden zwart en stil, de sneeuw kraakte onder mijn schoenen, mijn adem hing in wolkjes voor mijn gezicht. Ik liep tot mijn wangen gloeiden en mijn benen moe waren op die goede manier, de manier waarop je je lichaam weer voelt. Toen ik terugkwam vulde ik het grote bad in de badkamer, zo heet als ik het kon verdragen, en liet me erin zakken tot alleen mijn hoofd nog boven het water uitstak.
Daar begon het eigenlijk. Niet met een plan, niet met een besluit. Het warme water, de kou die uit mijn botten trok, de geur van de lavendelolie die ik erin had gegoten. Ik liet mijn handen over mijn armen glijden, over mijn buik, en merkte hoe lang het geleden was dat ik mezelf zo had aangeraakt: zonder haast, zonder doel. Mijn borsten dreven half boven het water, mijn tepels werden hard in de koelere lucht. Ik streek er met mijn vingertoppen overheen en voelde een rilling die niets met kou te maken had.
Ik deed mijn ogen dicht. Ik liet mijn hand verder zakken, over de zachte welving van mijn buik, tussen mijn benen. Het water maakte alles glad en traag. Ik raakte mezelf aan zoals je een oude vriend begroet die je lang niet hebt gezien, een beetje onwennig, een beetje ontroerd. Kleine rondjes. Druk, en weer loslaten. Mijn adem werd dieper. Ik zakte iets verder onderuit, zette mijn voeten tegen de rand van het bad en liet mijn knieën uit elkaar vallen.
Het duurde lang. Ik liet het lang duren. Elke keer als ik voelde dat het spannender werd, vertraagde ik, haalde mijn hand weg, liet het water over me heen bewegen tot de spanning een beetje zakte, en begon dan opnieuw. Ik had geen haast. Niemand wachtte op me. Dat besef alleen al maakte me warmer dan het badwater.
Toen ik uiteindelijk kwam, was het zacht en diep, een golf die van onder uit mijn buik omhoog rolde en me deed zuchten op een manier die ik van mezelf niet kende. Het water klotste tegen de rand. Ik bleef liggen tot het lauw werd, met een glimlach die ik niet weg kon krijgen.
Die avond haalde ik het cadeauzakje uit mijn tas.
Ik deed alle lampen uit behalve de kleine leeslamp naast het bed en legde nog een blok hout in de kachel. Het oranje licht flakkerde over de houten wanden. Boven me, door het dakraam, zag ik de sneeuw nu dikker vallen, grote vlokken die op het glas bleven liggen en langzaam smolten. Ik trok mijn T-shirt uit en kroop naakt onder de plaid. De lakens waren koel tegen mijn huid en werden langzaam warm.
De vibrator lag zwaarder in mijn hand dan ik had verwacht. Ik draaide hem om, vond de knop, drukte erop. Een zacht gezoem vulde de kamer en ik schoot in de lach, alleen in een huisje in een bos, als een tiener die iets stiekems doet. Toen hield ik op met lachen en legde hem tegen de binnenkant van mijn dij.
De trilling ging dwars door me heen. Ik ademde scherp in. Ik liet hem langzaam omhoog glijden, langs de lies, en stopte vlak voordat hij de plek bereikte waar ik hem eigenlijk wilde hebben. Ik plaagde mezelf. Dat had ik nog nooit gedaan, niet bewust in elk geval, en het verbaasde me hoeveel het deed: het wachten, het bijna, het niet-helemaal.
Met mijn andere hand streelde ik mijn borsten, kneep zacht in een tepel, draaide hem tussen mijn vingers. Mijn heupen begonnen uit zichzelf te bewegen, op zoek naar het gezoem. Toen ik het eindelijk toeliet en de vibrator tegen mijn clitoris legde, kreunde ik hardop. Het geluid klonk vreemd in de stille kamer, en het kon me niets schelen. Er was niemand. Ik mocht zo hard zijn als ik wilde.
Ik zette hem een stand hoger. Mijn hele onderlichaam begon te tintelen, mijn tenen krulden in het laken. Ik dacht aan niets en aan alles tegelijk: aan het warme bad, aan de koude lucht in het bos, aan handen die niet de mijne waren, aan een mond, aan een vreemde die ik nooit zou ontmoeten. Ik liet de beelden komen en gaan zonder ze vast te houden. Het ging niet om hen. Het ging om mij.
Ik kwam hard, harder dan ik in jaren was gekomen, met mijn rug hol en mijn hoofd achterover in het kussen en een schreeuw die ik niet probeerde in te houden. Het ging maar door, golf na golf, tot ik de vibrator weg moest trekken omdat het te veel werd. Ik lag te hijgen onder het dakraam, mijn huid glanzend van het zweet, mijn hart bonzend in mijn oren.
En toen gebeurde er iets wat ik niet had verwacht: ik begon te huilen. Niet van verdriet, niet echt. Het was meer alsof er iets losliet dat al maanden vastzat. Al die keren dat ik mezelf had weggecijferd. Al die avonden dat ik naast iemand had gelegen die me niet meer zag. Ik huilde een paar minuten, met de plaid tegen mijn gezicht, en daarna voelde ik me lichter dan ik me in een jaar had gevoeld.
De dagen daarna kreeg alles een ander ritme. Ik sliep uit. Ik wandelde. Ik las eindelijk dat boek uit. En ik raakte mezelf aan wanneer ik daar zin in had, wat vaak was: 's ochtends half wakker onder de dekens, 's middags op de bank voor de kachel, een keer zelfs in de sneeuw achter het huisje, met mijn jas open en mijn hand in mijn broek en het gevoel dat het hele bos de adem inhield. Ik ontdekte dingen. Dat ik van langzaam hield. Dat ik het fijn vond om hardop te praten tegen mezelf, kleine aanmoedigingen, alsof ik mijn eigen minnaar was. Dat ik soms twee, drie keer achter elkaar kon komen als ik me de tijd gaf.
Op de laatste avond zat ik met een glas wijn bij de kachel en schreef in mijn notitieboekje. Niet over seks, niet alleen. Over wat ik wilde. Over wat ik niet meer wilde. Het werd een lijst van twee bladzijden, en bovenaan stond in hoofdletters: JEZELF NIET MEER VERGETEN.
De volgende ochtend was de sneeuw gesmolten tot natte plekken op het pad. Ik laadde mijn tas in de auto en keek nog één keer om naar het huisje, het schuine dakraam, de rook die nog zwak uit de schoorsteen kringelde.
Bij het eerste dorp kreeg ik weer bereik. Mijn telefoon trilde onafgebroken: berichten van mijn moeder, van mijn werk, een mail van mijn ex over de verhuizing. Ik keek er even naar en legde de telefoon toen omgekeerd op de passagiersstoel.
Eén berichtje stuurde ik wel. Aan Hanneke.
'Bedankt voor het cadeau,' typte ik. 'Je had geen idee hoe hard ik het nodig had.'
Ze stuurde binnen een minuut een rij lachende emoji's terug, en daarna: 'Ik wel. Daarom gaf ik het je.'
Ik reed naar huis met de radio aan en mijn raam op een kier, de koude lucht tegen mijn gezicht. Er wachtte een hoop op me. Dat wist ik. Maar voor het eerst in lange tijd wist ik ook dat er iemand was die altijd op mijn hand zou wachten, op de bank, in bad, onder een dakraam vol sneeuw. En dat die iemand ik zelf was.
