Zes uur verschil
Zes uur. Zoveel verschil zit er tussen Utrecht en Montreal, en in de eerste weken dat Jesse daar zat, leek het alsof die zes uur een muur waren. Als ik wakker werd, sliep hij. Als hij uit zijn atelier kwam, lag ik al in bed met mijn telefoon tegen mijn wang, half in slaap, en stuurde ik hem een hartje dat hij pas zag als ik al droomde.
Ik ben Anouk, eenendertig, en ik had hem zelf aangemoedigd om te gaan. Een residentie van drie maanden voor beeldhouwers, een kans die je niet laat lopen. “Het is maar drie maanden,” had ik gezegd op Schiphol, met mijn armen om zijn nek. Ik had niet bedacht hoe lang drie maanden duren als je gewend bent aan iemand die ’s nachts zijn koude voeten tegen je kuiten legt.
In de vierde week spraken we een vaste tijd af. Zaterdagavond, elf uur bij mij, vijf uur ’s middags bij hem. Hij zou zijn atelier op tijd verlaten, ik zou niet uitgaan. Een date, noemde hij het. Ik lachte erom, maar die zaterdag stond ik om half elf toch voor de spiegel, en ik trok de zwarte kanten bh aan die hij me voor mijn verjaardag had gegeven en die ik nooit droeg omdat hij kriebelde.
Om elf uur precies ging mijn laptop. Ik zat op bed met kussens in mijn rug, een glas wijn op het nachtkastje en alleen het leeslampje aan. Jesse verscheen in beeld in zijn kleine studio: een raam met sneeuw erachter, een bed met een geruite deken, gips op zijn handen dat hij er duidelijk niet helemaal af had gekregen.
“Hoi,” zei hij, en zijn stem kraakte een beetje door de verbinding. “Je bent mooi.”
“Je ziet me nauwelijks, het is hier donker.”
“Ik zie genoeg.”
We praatten eerst. Over zijn beeld, een vrouwenfiguur van twee meter die hij in hout aan het hakken was en die volgens hem “nog geen gezicht wilde”. Over mijn werk, mijn zus, de buurman die weer om drie uur ’s nachts de vaatwasser aanzette. Het was fijn, maar ik merkte dat ik steeds naar zijn handen keek. Grote, stoffige handen die ik al vier weken niet had gevoeld.
“Waar kijk je naar?” vroeg hij.
“Naar je handen.”
Hij hield ze op voor de camera, draaide ze om. “Ze zijn vies.”
“Ik weet wat ze kunnen.”
Het bleef even stil aan de andere kant. Ik zag hoe hij slikte. “Anouk.”
“Ja?”
“Wat heb je aan?”
Het was zo’n cliché dat ik moest lachen, maar mijn hart bonsde. Ik had dit nog nooit gedaan. Niet zo, niet via een scherm, met een vertraging van een halve seconde tussen wat ik zei en wat hij hoorde. Ik zette mijn glas weg, schoof de deken van me af en kantelde de laptop een beetje, zodat hij me helemaal kon zien. Mijn oude T-shirt, tot op de draad versleten, en daaronder het kant dat door de stof heen schemerde.
“Is dat…” begon hij.
“Je cadeau. Wil je het zien?”
“Ja.” Het kwam er schor uit.
Ik trok het T-shirt langzaam over mijn hoofd. Het voelde ongelooflijk kwetsbaar en tegelijk heel machtig, om daar te zitten in alleen dat zwarte kant en mijn slipje, en te zien hoe hij aan de andere kant van de oceaan zijn adem inhield. Hij leunde dichter naar zijn scherm. Ik zag zijn borst op en neer gaan.
“Je moet me vertellen wat je zou doen,” zei ik. “Als je hier was.”
Hij sloot even zijn ogen. Toen hij begon te praten, was zijn stem lager, langzamer, de stem die hij alleen ’s nachts gebruikte. “Ik zou achter je gaan zitten. Mijn benen om je heen. En ik zou eerst alleen je schouders kussen, want daar begin ik altijd.”
“Dat weet ik,” fluisterde ik.
“Doe het. Leg je hand op je schouder. Doe alsof het de mijne is.”
Ik deed het. Mijn eigen vingers voelden vreemd, te licht, maar zijn stem maakte er iets anders van. Hij vertelde me waar hij me zou aanraken, en ik volgde. Mijn hals. Het randje van het kant. De bandjes die ik van mijn schouders liet glijden. Toen ik de bh losmaakte en die naast me op het bed liet vallen, hoorde ik hem zachtjes vloeken.
“Je bent zo verdomd mooi.”
Ik streelde mijn borsten zoals hij dat deed, met de muis van zijn hand, en kneep toen in mijn tepels, net iets harder dan ik zelf zou doen. Ik kreunde, en ik zag op het scherm hoe zijn hand omlaag gleed, buiten beeld.
“Nee,” zei ik. “Ik wil het zien.”
Hij aarzelde maar een seconde. Toen schoof hij naar achteren op zijn bed, deed de knoop van zijn spijkerbroek open en duwde hem met zijn boxer omlaag. Hij was al hard. Ik had hem zo vaak gezien, maar nooit zo, als een beeld op een scherm, als iets wat hij me liet zien omdat ik erom vroeg. Het wond me meer op dan ik had verwacht.
“Raak jezelf aan,” zei ik. “Langzaam.”
Hij deed het. Zijn grote, stoffige hand om zijn pik, langzame halen. Hij keek naar mij terwijl hij het deed, en ik keek naar hem, en ergens in die zes uur verschil en die halve seconde vertraging ontstond iets wat ik niet kende. Iets eerlijkers dan in bed, misschien. Hier kon je niet verdwijnen in elkaars lichaam. Je moest kijken, en zeggen wat je wilde.
“Nu jij,” zei hij. “Trek je slipje uit. Ik wil je zien.”
Ik schoof het over mijn heupen en mijn benen en spreidde ze, met de laptop aan het voeteneind. Het leeslampje scheen precies goed. Ik hoorde hem kreunen.
“Je bent nat,” zei hij. “Dat zie ik vanaf hier.”
“Dat komt door jou.”
“Leg twee vingers op je clit. Draai rondjes. Zoals ik.”
Ik deed het, en het was alsof zijn stem rechtstreeks in mijn onderbuik kroop. Hij vertelde me hoe snel, hoe hard, wanneer ik moest wachten. Hij liet me een vinger in mezelf schuiven en dan nog een, en vertelde me ondertussen precies wat hij met zijn tong zou doen als hij er was. Ik hijgde, mijn heupen kwamen omhoog van het matras. Op het scherm zag ik hoe zijn hand sneller ging, hoe zijn buikspieren aanspanden.
“Niet komen,” zei ik ineens. “Nog niet.”
Hij lachte hees. “Jij bent wreed.”
“Ik heb vier weken gewacht. Jij kunt nog vijf minuten.”
Dus gingen we samen langzamer. Ik pakte de vibrator uit de la van mijn nachtkastje, het kleine paarse ding waar hij altijd om lachte, en hield hem voor de camera. Zijn ogen werden groot.
“Vertel me wat ik ermee moet doen,” zei ik.
Hij vertelde het me. Eerst alleen langs de binnenkant van mijn dijen. Dan op de laagste stand tegen mijn clitoris. Dan iets hoger. Ik kon bijna niet meer praten. Ik hoorde mezelf geluiden maken die ik normaal binnenhield vanwege de buren, maar het kon me niks schelen. Op het scherm zat hij rechtop, zijn hand vast om zijn pik, zijn mond half open.
“Ik wil dat je naar me kijkt als je komt,” zei hij.
Ik keek. Ik keek naar zijn gezicht en zijn handen en de sneeuw achter zijn raam, en het was alsof die zes uur verdwenen en die oceaan en al die weken. Toen ik kwam, schokte mijn hele lichaam, en ik riep zijn naam veel te hard. Ergens in die golf hoorde ik hem ook, een diepe kreun, en zag ik hoe hij klaarkwam over zijn hand en zijn buik, zijn hoofd achterover tegen de muur.
Daarna was het stil. We lagen allebei, ieder in ons eigen bed, met een scherm tussen ons in. Ik trok de deken om me heen en schoof de laptop naast me, zodat het leek alsof hij naast me lag.
“Dat was…” begon hij.
“Ja.”
“Ik had niet gedacht dat het zo… dichtbij zou voelen.”
“Ik ook niet.”
Hij veegde zijn handen af aan een doek die er duidelijk voor zijn houtbeitel lag, en ik moest lachen. Toen ging hij op zijn zij liggen, met zijn gezicht naar de camera. Zijn ogen waren zacht.
“Weet je,” zei hij, “ik denk dat ik nu weet welk gezicht ze moet krijgen.”
“Wie?”
“Het beeld. Ze kijkt zoals jij net keek.”
Ik voelde me rood worden tot in mijn hals. “Je gaat mijn orgasmegezicht in hout hakken?”
“Niemand weet het, behalve wij.”
We bleven nog een uur aan elkaar hangen. We praatten over niks, over de sneeuw, over wat we zouden eten als hij terug was. Om half één bij mij viel ik bijna in slaap, en hij zei dat ik de verbinding open moest laten. Ik deed het. Toen ik om drie uur wakker werd van de vaatwasser van de buurman, lag hij er nog: in slaap, met zijn mond een beetje open, in een studio waar het pas negen uur ’s avonds was.
De weken daarna was de zaterdag heilig. Soms vreeën we via het scherm, soms keken we samen een film met een vertraging die alles verpestte, soms praatten we alleen maar. Maar die muur van zes uur was een deur geworden.
In de laatste week stuurde hij me een foto. Het beeld was af. Een vrouw van twee meter, haar hoofd een beetje achterover, haar ogen half dicht, haar mond net open. Niemand anders zou het zien. Ik wel.
Onder de foto stond een vliegticket. Vrijdag, aankomst 07:40, Schiphol.
“Geen scherm meer,” schreef hij. “Leg die zwarte bh maar klaar.”
Ik ben Anouk, eenendertig, en ik had hem zelf aangemoedigd om te gaan. Een residentie van drie maanden voor beeldhouwers, een kans die je niet laat lopen. “Het is maar drie maanden,” had ik gezegd op Schiphol, met mijn armen om zijn nek. Ik had niet bedacht hoe lang drie maanden duren als je gewend bent aan iemand die ’s nachts zijn koude voeten tegen je kuiten legt.
In de vierde week spraken we een vaste tijd af. Zaterdagavond, elf uur bij mij, vijf uur ’s middags bij hem. Hij zou zijn atelier op tijd verlaten, ik zou niet uitgaan. Een date, noemde hij het. Ik lachte erom, maar die zaterdag stond ik om half elf toch voor de spiegel, en ik trok de zwarte kanten bh aan die hij me voor mijn verjaardag had gegeven en die ik nooit droeg omdat hij kriebelde.
Om elf uur precies ging mijn laptop. Ik zat op bed met kussens in mijn rug, een glas wijn op het nachtkastje en alleen het leeslampje aan. Jesse verscheen in beeld in zijn kleine studio: een raam met sneeuw erachter, een bed met een geruite deken, gips op zijn handen dat hij er duidelijk niet helemaal af had gekregen.
“Hoi,” zei hij, en zijn stem kraakte een beetje door de verbinding. “Je bent mooi.”
“Je ziet me nauwelijks, het is hier donker.”
“Ik zie genoeg.”
We praatten eerst. Over zijn beeld, een vrouwenfiguur van twee meter die hij in hout aan het hakken was en die volgens hem “nog geen gezicht wilde”. Over mijn werk, mijn zus, de buurman die weer om drie uur ’s nachts de vaatwasser aanzette. Het was fijn, maar ik merkte dat ik steeds naar zijn handen keek. Grote, stoffige handen die ik al vier weken niet had gevoeld.
“Waar kijk je naar?” vroeg hij.
“Naar je handen.”
Hij hield ze op voor de camera, draaide ze om. “Ze zijn vies.”
“Ik weet wat ze kunnen.”
Het bleef even stil aan de andere kant. Ik zag hoe hij slikte. “Anouk.”
“Ja?”
“Wat heb je aan?”
Het was zo’n cliché dat ik moest lachen, maar mijn hart bonsde. Ik had dit nog nooit gedaan. Niet zo, niet via een scherm, met een vertraging van een halve seconde tussen wat ik zei en wat hij hoorde. Ik zette mijn glas weg, schoof de deken van me af en kantelde de laptop een beetje, zodat hij me helemaal kon zien. Mijn oude T-shirt, tot op de draad versleten, en daaronder het kant dat door de stof heen schemerde.
“Is dat…” begon hij.
“Je cadeau. Wil je het zien?”
“Ja.” Het kwam er schor uit.
Ik trok het T-shirt langzaam over mijn hoofd. Het voelde ongelooflijk kwetsbaar en tegelijk heel machtig, om daar te zitten in alleen dat zwarte kant en mijn slipje, en te zien hoe hij aan de andere kant van de oceaan zijn adem inhield. Hij leunde dichter naar zijn scherm. Ik zag zijn borst op en neer gaan.
“Je moet me vertellen wat je zou doen,” zei ik. “Als je hier was.”
Hij sloot even zijn ogen. Toen hij begon te praten, was zijn stem lager, langzamer, de stem die hij alleen ’s nachts gebruikte. “Ik zou achter je gaan zitten. Mijn benen om je heen. En ik zou eerst alleen je schouders kussen, want daar begin ik altijd.”
“Dat weet ik,” fluisterde ik.
“Doe het. Leg je hand op je schouder. Doe alsof het de mijne is.”
Ik deed het. Mijn eigen vingers voelden vreemd, te licht, maar zijn stem maakte er iets anders van. Hij vertelde me waar hij me zou aanraken, en ik volgde. Mijn hals. Het randje van het kant. De bandjes die ik van mijn schouders liet glijden. Toen ik de bh losmaakte en die naast me op het bed liet vallen, hoorde ik hem zachtjes vloeken.
“Je bent zo verdomd mooi.”
Ik streelde mijn borsten zoals hij dat deed, met de muis van zijn hand, en kneep toen in mijn tepels, net iets harder dan ik zelf zou doen. Ik kreunde, en ik zag op het scherm hoe zijn hand omlaag gleed, buiten beeld.
“Nee,” zei ik. “Ik wil het zien.”
Hij aarzelde maar een seconde. Toen schoof hij naar achteren op zijn bed, deed de knoop van zijn spijkerbroek open en duwde hem met zijn boxer omlaag. Hij was al hard. Ik had hem zo vaak gezien, maar nooit zo, als een beeld op een scherm, als iets wat hij me liet zien omdat ik erom vroeg. Het wond me meer op dan ik had verwacht.
“Raak jezelf aan,” zei ik. “Langzaam.”
Hij deed het. Zijn grote, stoffige hand om zijn pik, langzame halen. Hij keek naar mij terwijl hij het deed, en ik keek naar hem, en ergens in die zes uur verschil en die halve seconde vertraging ontstond iets wat ik niet kende. Iets eerlijkers dan in bed, misschien. Hier kon je niet verdwijnen in elkaars lichaam. Je moest kijken, en zeggen wat je wilde.
“Nu jij,” zei hij. “Trek je slipje uit. Ik wil je zien.”
Ik schoof het over mijn heupen en mijn benen en spreidde ze, met de laptop aan het voeteneind. Het leeslampje scheen precies goed. Ik hoorde hem kreunen.
“Je bent nat,” zei hij. “Dat zie ik vanaf hier.”
“Dat komt door jou.”
“Leg twee vingers op je clit. Draai rondjes. Zoals ik.”
Ik deed het, en het was alsof zijn stem rechtstreeks in mijn onderbuik kroop. Hij vertelde me hoe snel, hoe hard, wanneer ik moest wachten. Hij liet me een vinger in mezelf schuiven en dan nog een, en vertelde me ondertussen precies wat hij met zijn tong zou doen als hij er was. Ik hijgde, mijn heupen kwamen omhoog van het matras. Op het scherm zag ik hoe zijn hand sneller ging, hoe zijn buikspieren aanspanden.
“Niet komen,” zei ik ineens. “Nog niet.”
Hij lachte hees. “Jij bent wreed.”
“Ik heb vier weken gewacht. Jij kunt nog vijf minuten.”
Dus gingen we samen langzamer. Ik pakte de vibrator uit de la van mijn nachtkastje, het kleine paarse ding waar hij altijd om lachte, en hield hem voor de camera. Zijn ogen werden groot.
“Vertel me wat ik ermee moet doen,” zei ik.
Hij vertelde het me. Eerst alleen langs de binnenkant van mijn dijen. Dan op de laagste stand tegen mijn clitoris. Dan iets hoger. Ik kon bijna niet meer praten. Ik hoorde mezelf geluiden maken die ik normaal binnenhield vanwege de buren, maar het kon me niks schelen. Op het scherm zat hij rechtop, zijn hand vast om zijn pik, zijn mond half open.
“Ik wil dat je naar me kijkt als je komt,” zei hij.
Ik keek. Ik keek naar zijn gezicht en zijn handen en de sneeuw achter zijn raam, en het was alsof die zes uur verdwenen en die oceaan en al die weken. Toen ik kwam, schokte mijn hele lichaam, en ik riep zijn naam veel te hard. Ergens in die golf hoorde ik hem ook, een diepe kreun, en zag ik hoe hij klaarkwam over zijn hand en zijn buik, zijn hoofd achterover tegen de muur.
Daarna was het stil. We lagen allebei, ieder in ons eigen bed, met een scherm tussen ons in. Ik trok de deken om me heen en schoof de laptop naast me, zodat het leek alsof hij naast me lag.
“Dat was…” begon hij.
“Ja.”
“Ik had niet gedacht dat het zo… dichtbij zou voelen.”
“Ik ook niet.”
Hij veegde zijn handen af aan een doek die er duidelijk voor zijn houtbeitel lag, en ik moest lachen. Toen ging hij op zijn zij liggen, met zijn gezicht naar de camera. Zijn ogen waren zacht.
“Weet je,” zei hij, “ik denk dat ik nu weet welk gezicht ze moet krijgen.”
“Wie?”
“Het beeld. Ze kijkt zoals jij net keek.”
Ik voelde me rood worden tot in mijn hals. “Je gaat mijn orgasmegezicht in hout hakken?”
“Niemand weet het, behalve wij.”
We bleven nog een uur aan elkaar hangen. We praatten over niks, over de sneeuw, over wat we zouden eten als hij terug was. Om half één bij mij viel ik bijna in slaap, en hij zei dat ik de verbinding open moest laten. Ik deed het. Toen ik om drie uur wakker werd van de vaatwasser van de buurman, lag hij er nog: in slaap, met zijn mond een beetje open, in een studio waar het pas negen uur ’s avonds was.
De weken daarna was de zaterdag heilig. Soms vreeën we via het scherm, soms keken we samen een film met een vertraging die alles verpestte, soms praatten we alleen maar. Maar die muur van zes uur was een deur geworden.
In de laatste week stuurde hij me een foto. Het beeld was af. Een vrouw van twee meter, haar hoofd een beetje achterover, haar ogen half dicht, haar mond net open. Niemand anders zou het zien. Ik wel.
Onder de foto stond een vliegticket. Vrijdag, aankomst 07:40, Schiphol.
“Geen scherm meer,” schreef hij. “Leg die zwarte bh maar klaar.”
