18+

Leeftijdsverificatie (18+)

Om gebruik te kunnen maken van Intiemverhaal.nl moet je minimaal 18 jaar of ouder zijn.

Leestijd ± 9 minuten

Dezelfde zee, achtentwintig jaar later

Categorie: Romantisch

Dezelfde zee, achtentwintig jaar later

Erik 12 Oktober 2026 6× gelezen Romantisch
0.0
Toen de jongste het huis uit ging, werd het stil op een manier die ik niet had verwacht. Niet de stilte van een lege kamer, die had ik wel zien aankomen. Het was de stilte tussen Marjan en mij. Aan tafel, 's avonds, met twee borden in plaats van vier. We hadden zesentwintig jaar lang over de kinderen gepraat, over roosters en zwemlessen en wie wie waar moest ophalen, en nu zaten we tegenover elkaar en wisten we niet goed wat we moesten zeggen.

Het was niet slecht tussen ons. Dat wil ik vooropstellen. We hielden van elkaar op die vanzelfsprekende manier waarop je van je eigen handen houdt. Maar ergens onderweg was ze mijn vrouw geworden en was ik vergeten dat ze ook Marjan was. Het meisje met het rode fietsje dat ik in 1994 bij de bushalte in Leiden had aangesproken, omdat ze een boek van Hella Haasse las en ik dat ook net uit had.

We vreeën nog wel. Een keer in de maand misschien, op zondagochtend, efficiënt en lief en met één oor gespitst op de trap. Gewoonte. Ik had niet eens gemerkt hoe erg ik het miste, totdat het huis leeg was en het niet meer nodig was om stil te zijn, en we nog steeds stil waren.

Dus boekte ik een kamer. In hetzelfde hotel in Zandvoort waar we onze huwelijksnacht hadden doorgebracht, achtentwintig jaar geleden. Het heette inmiddels anders en de eigenaren waren drie keer gewisseld, maar het gebouw stond er nog. Ik vertelde Marjan alleen dat ze een tas moest inpakken voor één nacht en dat ze iets moois mocht meenemen.

'Erik,' zei ze, toen we de boulevard op reden en ze het gebouw herkende. Ze zei verder niets. Ze legde alleen haar hand op mijn knie en liet hem daar liggen tot ik de auto had geparkeerd.

De kamer was niet dezelfde. Die van toen lag op de eerste verdieping, aan de achterkant, met uitzicht op een binnenplaats vol vuilnisbakken. Ik had nu een kamer op de vierde genomen, met een balkon en de zee pal voor ons, grijs en glinsterend in het late middaglicht. Er stond een fles cava in een emmer met ijs. Dat had ik telefonisch geregeld en ik voelde me er een beetje dwaas over, als een man in een film.

Marjan stond op het balkon met haar haren in de wind. Ze is zesenvijftig. Ze heeft grijze lokken die ze sinds een paar jaar niet meer verft, en lachrimpels rond haar ogen die ik zelf voor een groot deel heb veroorzaakt, hoop ik. Ze droeg een blauwe jurk die ik niet kende.

'Is die nieuw?'

'Van vorige week,' zei ze. 'Ik had het idee dat je iets van plan was. Je deed al dagen zo raar.'

'Raar?'

'Je zong onder de douche. Dat heb je sinds de geboorte van Lieke niet meer gedaan.'

We dronken de cava op het balkon. We praatten. Eerst over de kinderen, natuurlijk, want dat zat er zo diep in. Maar toen vroeg ik haar waar ze aan dacht als ze 's ochtends op de fiets naar de bibliotheek zat, en ze keek me verbaasd aan en begon te vertellen. Over een boek dat ze wilde schrijven, al jaren. Over een reis naar Japan die ze ooit wilde maken, alleen of met mij, ze wist het niet. Over hoe bang ze was geweest toen haar moeder ziek werd, en dat ze me dat toen nooit zo had verteld omdat ik het zelf ook zwaar had op mijn werk.

Ik luisterde. Ik had het gevoel dat ik haar stem in jaren niet zo goed had gehoord.

We aten in het restaurant beneden. Vis, en een witte wijn die ze zelf uitkoos. Onder de tafel schoof ze haar voet uit haar schoen en legde hem tegen mijn enkel, en ik verloor halverwege een zin de draad van mijn verhaal. Ze lachte. Ze wist precies wat ze deed. Ik was vergeten dat ze dat kon.

Terug op de kamer waren de gordijnen nog open. De zee was donker geworden, met in de verte de lichtjes van een schip. Marjan liep naar het raam en ik ging achter haar staan en sloeg mijn armen om haar heen. Ze leunde achterover tegen me aan. Haar haar rook naar zout en naar de shampoo die ze al twintig jaar gebruikt.

'Weet je nog,' zei ze, 'die eerste keer hier?'

'Ik weet nog dat ik zo zenuwachtig was dat ik die knoopjes van je jurk niet open kreeg.'

'Het waren er tweeëntwintig,' zei ze. 'Mijn moeder had ze erop gezet. Ze dacht dat dat grappig was.'

'Uiteindelijk heb jij ze zelf losgemaakt.'

'Uiteindelijk heb ik je geholpen,' verbeterde ze.

Ik kuste haar nek. Langzaam, de plek waar haar schouder begint. Ze zuchtte en hield haar hoofd een beetje schuin om me meer ruimte te geven, zoals ze altijd heeft gedaan, en ik voelde iets in mijn borst dat ik alleen maar dankbaarheid kan noemen. Dat het er nog was. Dat we het nog wisten.

Deze jurk had een rits. Ik trok hem heel langzaam naar beneden, en met mijn lippen volgde ik haar ruggengraat, wervel voor wervel. Ze rilde. De jurk gleed van haar schouders en viel om haar voeten neer, en ze stapte eruit en draaide zich naar me om.

Ze droeg zwart kant dat ik ook nog nooit had gezien. Ze keek me aan, half uitdagend, half verlegen.

'Ook van vorige week,' zei ze. 'Ik ben er een uur mee bezig geweest in de paskamer. Die verkoopster vond me geloof ik heel dapper.'

'Je bent prachtig,' zei ik, en ik meende het met alles wat ik had.

'Ik ben zesenvijftig, Erik. Ik heb twee kinderen gebaard en ik heb een buik.'

'Ik weet het. Ik was erbij.' Ik legde mijn hand op die buik, op de zachte welving, de zilveren striemen die ze altijd met haar hand bedekte als ik keek. 'Ik ben gek op deze buik. Hier heeft Lieke in gezeten. En Thomas. En hier heb ik mijn hoofd op liggen, als jij op zondag de krant leest.'

Ze zei niets. Ze trok mijn overhemd uit haar broek en maakte de knoopjes los, sneller dan ik toen de hare had losgekregen, en legde haar handen op mijn borst. Mijn haar daar is grijs, mijn buik is ook niet meer wat hij was, en mijn knieën kraken als ik te snel opsta. Ze kuste mijn borst, de plek boven mijn hart.

'Kom,' zei ze.

We lieten de gordijnen open. Er was niemand die ons kon zien, behalve de zee.

Ik weet niet hoe ik moet beschrijven hoe het voelde, die eerste keer in jaren dat we geen haast hadden. Er was geen trap waar ik naar luisterde, geen wekker voor de volgende ochtend, geen kind dat zijn sleutel was vergeten. Alleen haar huid onder de mijne, warm en vertrouwd en tegelijk alsof ik haar opnieuw leerde kennen. Ik kuste haar overal, en ze lachte als het kietelde en hield haar adem in als het niet kietelde. Ik maakte het kant los en kuste haar borsten, langzaam, tot haar tepels hard waren tegen mijn tong en haar handen in mijn haar lagen.

Ik ging lager. Dat deed ik vroeger vaak, en op een gegeven moment, ik weet niet eens wanneer, was ik ermee opgehouden. Ze keek naar me met een uitdrukking die ik niet kon lezen, en toen ik haar dijen kuste, legde ze een hand tegen haar mond.

'Je hoeft niet stil te zijn,' zei ik. 'Er is niemand.'

Ze liet haar hand zakken. En toen ik haar proefde, langzaam en geduldig, zoals ik het me herinnerde en nog beter, omdat ik nu wist dat er geen tijd was die op ons wachtte, was ze niet stil. Ze zei mijn naam en vloekte, wat ze bijna nooit doet, en lachte toen om zichzelf, en daarna lachte ze niet meer. Ze kwam met haar dijen tegen mijn wangen en haar rug gekromd, met een lange kreun die door de hele kamer klonk. Ik denk dat ik nog nooit zo trots ben geweest.

Ze trok me omhoog en kuste me, en haar ogen waren nat.

'Waarom huil je?'

'Omdat ik dacht dat dit voorbij was,' zei ze. 'Ik dacht dat we gewoon zo verdergingen. Lief en aardig en verder niets.'

'Ik ook,' zei ik. 'Daarom zijn we hier.'

Ze duwde me op mijn rug en ging op me zitten. Ze nam me langzaam in zich op, met haar handen op mijn borst, en we keken elkaar aan. Dat hadden we lang niet gedaan, besefte ik: elkaar aankijken terwijl we vreeën. Het licht van de boulevard viel over haar schouders en haar haar hing los om haar gezicht. Ze bewoog zich traag, met lange, diepe bewegingen, en ik hield haar heupen vast en liet haar het tempo bepalen.

'Je kijkt naar me,' zei ze.

'Ik kan niet anders.'

Ze boog zich voorover en kuste me, en het tempo veranderde, werd dieper en dringender, en ik voelde haar weer aanspannen om me heen. Ik draaide ons om, met haar benen om mijn middel, en we bewogen samen alsof we nooit iets anders hadden gedaan. Achtentwintig jaar. Duizenden keren, en toch was het nieuw. Toen ik kwam, hield ze mijn gezicht tussen haar handen en keek ze me recht aan, en ik zag mezelf weerspiegeld in haar ogen. Een oudere man. Haar man.

Daarna lagen we in elkaars armen en keken naar de lichtjes op zee. Ze trok met haar vinger cirkels op mijn borst.

'Dat hebben we lang niet gedaan,' zei ze.

'Veel te lang.'

'Waarom eigenlijk?'

Ik dacht erover na. 'Omdat we moe waren. En omdat het huis nooit van ons alleen was.'

'Nu wel,' zei ze.

'Nu wel.'

De volgende ochtend ontbeten we op het balkon, in de badjassen van het hotel, met koude croissants en lauwe koffie omdat we te laat uit bed waren gekomen. Het was winderig en de meeuwen schreeuwden. Marjan had haar voeten op mijn schoot gelegd en las de menukaart van de roomservice voor alsof het poëzie was.

'Ik wil dat boek gaan schrijven,' zei ze opeens.

'Doe het.'

'En ik wil naar Japan. Met jou.'

'Dan gaan we naar Japan.'

Ze keek me aan over de rand van haar koffiekopje. 'En ik wil dit vaker. Niet eens per jaar op een speciale dag. Gewoon vaker.'

Ik pakte haar voet en kuste de binnenkant van haar enkel, en ze giechelde als het meisje bij de bushalte.

'Ik heb de kamer voor morgen ook nog vrij,' zei ik. 'Als je wil.'

'Erik.' Ze zette haar kopje neer. 'Je hebt helemaal geen kamer voor morgen geboekt.'

'Nee,' gaf ik toe. 'Maar ik kan het nu nog doen.'

Ze stond op, liet haar badjas een stukje openvallen en liep naar binnen zonder om te kijken.

'Bel dan maar,' riep ze over haar schouder. 'Maar wel snel.'

Wat vond je van dit verhaal?

Nog geen beoordelingen — wees de eerste!