De laatste veerboot naar het eiland
De veerboot naar het eiland vertrok om kwart over zeven, en ik haalde hem met twintig seconden over. Mijn rugzak sloeg tegen mijn schouderbladen toen ik over de loopplank rende, en de man in het oranje hesje riep iets in het Grieks dat ik niet verstond maar waarvan ik de toon prima begreep. Ik stak een verontschuldigende hand op, liet me op het eerste het beste bankje aan dek vallen en hijgde als een hond.
"Dat was krap," zei iemand naast me.
Ik keek opzij. Een vrouw van een jaar of dertig, zonnebril in haar donkere krullen geschoven, een linnen overhemd dat ze over haar bikini had geknoopt. Ze had een boek op schoot, met een vinger tussen de bladzijden, en keek me aan met een mengeling van medelijden en plezier.
"Ik had de bus gemist," zei ik. "En toen een taxi gevonden waarvan de chauffeur dacht dat hij in een rallyfilm speelde."
Ze lachte. "Nederlands?"
"Is het zo duidelijk?"
"Je vloekte in het Nederlands toen je over die touwen struikelde." Ze stak haar hand uit. "Iris."
"Thijs."
De boot trok langzaam weg van de kade. Achter ons verdween het havenstadje in een waas van witte huisjes en blauwe deuren, en voor ons lag alleen zee, glad als olie in het lage avondlicht. De zon hing nog net boven de horizon en kleurde alles koper: het water, de reling, de sproeten op Iris' onderarmen.
We praatten. Over hoe zij al drie weken alleen door de eilanden reisde, na een relatie die "netjes was geëindigd, wat bijna erger is dan een ruzie." Over hoe ik mijn vakantie eigenlijk met een vriend had gepland, die op het laatste moment had afgezegd omdat zijn vriendin zwanger bleek. Over het eiland waar we allebei heen gingen, waar volgens haar één bakkerij was, twee tavernes en een strand dat je alleen te voet kon bereiken.
"Waar slaap je?" vroeg ze.
"Een kamer boven een van die twee tavernes. Als die er nog is. Ik heb gemaild maar nooit antwoord gekregen."
Ze trok een wenkbrauw op. "Dappere man."
Het antwoord kreeg ik om half tien, toen we aankwamen en de taverne dicht bleek. Er hing een briefje op de deur, met de hand geschreven, waarop in drie talen stond dat de eigenaar naar een bruiloft op het vasteland was. Tot zondag. Het was donderdag.
Ik stond met mijn rugzak op het pleintje en voelde me precies zo dom als ik was. Iris stond naast me, haar eigen tas over haar schouder, en las het briefje twee keer.
"Oké," zei ze uiteindelijk. "Ik heb een huisje gehuurd aan de andere kant van het dorp. Er staat een bank in de woonkamer. Hij is waarschijnlijk te kort voor je, maar het is beter dan het strand."
"Dat kan ik niet van je vragen."
"Je vraagt het niet. Ik bied het aan." Ze keek me aan, en er zat iets in haar blik dat langer bleef hangen dan nodig was. "En je kookt morgen. Dat is de deal."
Het huisje lag tegen de heuvel, met een terras dat uitkeek over de baai. Witte muren, een bed met een muskietennet, een keukentje met twee pitten en een koelkast die bromde als een oude kat. De bank was inderdaad te kort. Ik zei dat het prima was. Ze gaf me een kussen en een laken, schonk twee glazen retsina in die ze uit de koelkast haalde, en we gingen op het terras zitten terwijl de lichtjes van een vissersboot langzaam over het water kropen.
Het was warm, zelfs zo laat nog. De krekels zongen. Iris had het overhemd uitgetrokken en zat in haar bikinitopje en een korte broek, benen opgetrokken op de stoel, glas tegen haar onderlip. Ik probeerde niet te kijken naar de lijn van haar schouders, de manier waarop het maanlicht op haar sleutelbeenderen viel, en faalde daar volledig in.
"Je kijkt," zei ze zonder haar hoofd te draaien.
"Sorry."
"Ik zei niet dat je moest stoppen." Nu draaide ze haar hoofd wel. "Ik zei alleen dat je kijkt."
Ik zette mijn glas neer. Mijn hart sloeg ineens in mijn keel. "Iris, ik slaap op je bank. Ik wil niet dat je denkt dat ik daarom…"
"Thijs." Ze zette haar eigen glas naast het mijne. "Ik heb drie weken in mijn eentje over eilanden gezworven en me afgevraagd of ik ooit nog iemand zou willen aanraken. En toen kwam er een bezwete Nederlander op mijn boot gestrompeld die vloekte als een bootwerker en me liet lachen tot mijn buik pijn deed. Ik heb je niet uit medelijden meegenomen."
Ze stond op, kwam naar me toe en ging schrijlings op mijn schoot zitten, knieën aan weerszijden van mijn heupen op de rieten stoel die protesterend kraakte. Haar handen gleden langs mijn kaak.
"Als je nee wilt zeggen, is dat ook goed," fluisterde ze. "Dan slaap jij op de bank en ik in bed, en morgen kook je en zijn we gewoon twee mensen die een veerboot deelden."
"Ik wil geen nee zeggen."
"Mooi."
Ze kuste me. Haar lippen smaakten naar hars en zout, en ze kuste langzaam, onderzoekend, alsof ze de tijd had. Mijn handen vonden haar middel, haar blote huid warm onder mijn vingers. Ze zuchtte in mijn mond toen ik met mijn duimen over haar ribben streek, omhoog, tot net onder de rand van haar bikinitopje.
"Ga je gang," mompelde ze.
Ik trok aan het koordje in haar nek. Het topje gleed omlaag. Haar borsten waren klein en stevig, de tepels al hard in de warme nachtlucht, en toen ik er een in mijn mond nam kromde ze haar rug en greep ze in mijn haar. Ik liet mijn tong rondjes draaien, zoog zacht, en voelde haar heupen tegen me aan bewegen. Door mijn korte broek heen moest ze voelen hoe hard ik was. Ze drukte zich er nog wat steviger tegenaan, met een glimlach die ik tegen mijn wang voelde.
"Niet hier," zei ze. "De buren hebben een hond die alles ziet."
Ik lachte, tilde haar op — ze sloeg haar benen om me heen en gilde half van verrassing — en droeg haar naar binnen. Het muskietennet zat in de weg. We vochten er even mee, lachend, tot ze het opzijtrok en zich achterover op het bed liet vallen.
In het halfdonker trok ze haar korte broek uit, en daarna haar bikinibroekje, en lag ze daar naakt op het witte laken met haar knieën opgetrokken. Ik bleef even staan kijken. Ze liet me.
"Jij nu," zei ze.
Ik trok mijn shirt over mijn hoofd, schopte mijn broek uit. Haar blik gleed over me heen en bleef hangen bij mijn lul, die strak tegen mijn buik stond. Ze stak haar hand uit en trok me naar zich toe aan mijn pols.
Ik wilde haar eerst proeven. Ik kuste haar buik, de binnenkant van haar dijen, en toen ik eindelijk mijn tong door haar natte schaamlippen haalde, liet ze een lange, lage kreun horen die door het hele huisje leek te trillen. Ze smaakte zoet en zout tegelijk. Ik nam de tijd, likte langzaam omhoog tot haar clitoris, draaide er kleine cirkels omheen tot haar dijen tegen mijn oren begonnen te trillen. Toen ik er een vinger bij liet glijden, en daarna twee, krulde ik ze omhoog en voelde ik haar om me heen samentrekken.
"Thijs… niet stoppen, niet stoppen…"
Ik stopte niet. Haar hand lag op mijn achterhoofd en duwde me tegen zich aan, en toen ze kwam deed ze dat met haar hele lichaam: rug gekromd, hielen in het matras, een kreet die ze half in het kussen smoorde. Ik bleef zacht likken tot ze me wegduwde, gevoelig en hijgend.
"Kom hier," zei ze. "Nu."
Ze reikte naar haar toilettas op het nachtkastje en haalde er een condoom uit. "Ik ben een optimist," zei ze, toen ze mijn blik zag. Ze scheurde het open met haar tanden en rolde het zelf over me heen, haar hand langzaam, haar ogen op de mijne.
Toen ik in haar gleed, hielden we allebei onze adem in. Ze was heet en strak en nat, en ze sloeg haar benen om mijn heupen en trok me dieper. Een tijdlang bewogen we langzaam, bijna lui, voorhoofd tegen voorhoofd, met het geluid van de zee door het open raam. Ik voelde elke centimeter van haar. Elke keer dat ik helemaal in haar was, kneep ze haar spieren aan en lachte ze zacht als ik daarop kreunde.
"Sneller," fluisterde ze na een tijd. "Ik wil je voelen."
Ik gaf haar wat ze vroeg. Het bed piepte en het muskietennet schommelde boven ons als een zeil in de wind. Haar nagels gingen over mijn rug, haar hakken in mijn billen. Ze liet een hand tussen ons in glijden en wreef over haar clitoris terwijl ik in haar stootte, en ik zag hoe haar gezicht zich weer begon te spannen, haar mond open, haar ogen half dicht.
"Ik kom weer," hijgde ze verbaasd. "Godverdomme, ik kom weer…"
Dat gaf de doorslag. Ik voelde haar om me heen samenknijpen en het werd wit achter mijn ogen. Ik kwam diep in haar met een kreun die ik niet kon tegenhouden, mijn gezicht in haar hals, haar armen om me heen geklemd alsof ze bang was dat ik weg zou drijven.
Daarna lagen we lang stil. Het zweet koelde op onze huid in de bries die door het raam kwam. Ergens blafte de hond van de buren, één keer, alsof hij commentaar gaf. Iris begon te giechelen, en toen ik ook moest lachen, lagen we allebei te schudden onder het witte laken.
"Die bank," zei ze uiteindelijk. "Die heb je niet meer nodig, denk ik."
"Ik had hem ook al afgeschreven."
Ze legde haar hoofd op mijn borst. Ik streek door haar krullen, die nat waren bij haar slapen. "Weet je wat het gekke is?" zei ze zacht. "Ik was bang dat ik dit niet meer kon. Gewoon iemand vertrouwen, zonder dat het meteen iets moest betekenen."
"En?"
"En het betekent wél iets. Maar het hoeft niet groot te zijn." Ze tilde haar hoofd op en keek me aan. "Het mag gewoon een paar dagen op een eiland zijn."
De volgende ochtend werd ik wakker van de geur van koffie. Iris stond op het terras in mijn shirt, dat haar tot halverwege haar dijen kwam, met twee kopjes in haar handen en de zon op haar gezicht. Ik kookte die avond, zoals beloofd: pasta met tomaten van het markje en veel te veel knoflook. We aten op het terras, met onze voeten op elkaars stoelen, en gingen daarna zwemmen in de baai, naakt, in het donker, tot we het koud kregen en elkaar warm moesten houden.
Op zondag ging de taverne weer open. De eigenaar, een kleine man met een gigantische snor, verontschuldigde zich uitgebreid en bood me de kamer gratis aan voor de rest van mijn verblijf.
Ik bedankte hem en zei dat ik al een plek had.
Toen ik terugliep naar het huisje tegen de heuvel, met twee broden van de enige bakkerij onder mijn arm, zat Iris op het terras met haar boek. Ze keek op en glimlachte, en ik wist dat het precies was wat ze had gezegd: niet groot, maar wel iets. Een paar dagen op een eiland. Een bank die ik nooit had gebruikt.
Een veerboot die ik bijna had gemist.
"Dat was krap," zei iemand naast me.
Ik keek opzij. Een vrouw van een jaar of dertig, zonnebril in haar donkere krullen geschoven, een linnen overhemd dat ze over haar bikini had geknoopt. Ze had een boek op schoot, met een vinger tussen de bladzijden, en keek me aan met een mengeling van medelijden en plezier.
"Ik had de bus gemist," zei ik. "En toen een taxi gevonden waarvan de chauffeur dacht dat hij in een rallyfilm speelde."
Ze lachte. "Nederlands?"
"Is het zo duidelijk?"
"Je vloekte in het Nederlands toen je over die touwen struikelde." Ze stak haar hand uit. "Iris."
"Thijs."
De boot trok langzaam weg van de kade. Achter ons verdween het havenstadje in een waas van witte huisjes en blauwe deuren, en voor ons lag alleen zee, glad als olie in het lage avondlicht. De zon hing nog net boven de horizon en kleurde alles koper: het water, de reling, de sproeten op Iris' onderarmen.
We praatten. Over hoe zij al drie weken alleen door de eilanden reisde, na een relatie die "netjes was geëindigd, wat bijna erger is dan een ruzie." Over hoe ik mijn vakantie eigenlijk met een vriend had gepland, die op het laatste moment had afgezegd omdat zijn vriendin zwanger bleek. Over het eiland waar we allebei heen gingen, waar volgens haar één bakkerij was, twee tavernes en een strand dat je alleen te voet kon bereiken.
"Waar slaap je?" vroeg ze.
"Een kamer boven een van die twee tavernes. Als die er nog is. Ik heb gemaild maar nooit antwoord gekregen."
Ze trok een wenkbrauw op. "Dappere man."
Het antwoord kreeg ik om half tien, toen we aankwamen en de taverne dicht bleek. Er hing een briefje op de deur, met de hand geschreven, waarop in drie talen stond dat de eigenaar naar een bruiloft op het vasteland was. Tot zondag. Het was donderdag.
Ik stond met mijn rugzak op het pleintje en voelde me precies zo dom als ik was. Iris stond naast me, haar eigen tas over haar schouder, en las het briefje twee keer.
"Oké," zei ze uiteindelijk. "Ik heb een huisje gehuurd aan de andere kant van het dorp. Er staat een bank in de woonkamer. Hij is waarschijnlijk te kort voor je, maar het is beter dan het strand."
"Dat kan ik niet van je vragen."
"Je vraagt het niet. Ik bied het aan." Ze keek me aan, en er zat iets in haar blik dat langer bleef hangen dan nodig was. "En je kookt morgen. Dat is de deal."
Het huisje lag tegen de heuvel, met een terras dat uitkeek over de baai. Witte muren, een bed met een muskietennet, een keukentje met twee pitten en een koelkast die bromde als een oude kat. De bank was inderdaad te kort. Ik zei dat het prima was. Ze gaf me een kussen en een laken, schonk twee glazen retsina in die ze uit de koelkast haalde, en we gingen op het terras zitten terwijl de lichtjes van een vissersboot langzaam over het water kropen.
Het was warm, zelfs zo laat nog. De krekels zongen. Iris had het overhemd uitgetrokken en zat in haar bikinitopje en een korte broek, benen opgetrokken op de stoel, glas tegen haar onderlip. Ik probeerde niet te kijken naar de lijn van haar schouders, de manier waarop het maanlicht op haar sleutelbeenderen viel, en faalde daar volledig in.
"Je kijkt," zei ze zonder haar hoofd te draaien.
"Sorry."
"Ik zei niet dat je moest stoppen." Nu draaide ze haar hoofd wel. "Ik zei alleen dat je kijkt."
Ik zette mijn glas neer. Mijn hart sloeg ineens in mijn keel. "Iris, ik slaap op je bank. Ik wil niet dat je denkt dat ik daarom…"
"Thijs." Ze zette haar eigen glas naast het mijne. "Ik heb drie weken in mijn eentje over eilanden gezworven en me afgevraagd of ik ooit nog iemand zou willen aanraken. En toen kwam er een bezwete Nederlander op mijn boot gestrompeld die vloekte als een bootwerker en me liet lachen tot mijn buik pijn deed. Ik heb je niet uit medelijden meegenomen."
Ze stond op, kwam naar me toe en ging schrijlings op mijn schoot zitten, knieën aan weerszijden van mijn heupen op de rieten stoel die protesterend kraakte. Haar handen gleden langs mijn kaak.
"Als je nee wilt zeggen, is dat ook goed," fluisterde ze. "Dan slaap jij op de bank en ik in bed, en morgen kook je en zijn we gewoon twee mensen die een veerboot deelden."
"Ik wil geen nee zeggen."
"Mooi."
Ze kuste me. Haar lippen smaakten naar hars en zout, en ze kuste langzaam, onderzoekend, alsof ze de tijd had. Mijn handen vonden haar middel, haar blote huid warm onder mijn vingers. Ze zuchtte in mijn mond toen ik met mijn duimen over haar ribben streek, omhoog, tot net onder de rand van haar bikinitopje.
"Ga je gang," mompelde ze.
Ik trok aan het koordje in haar nek. Het topje gleed omlaag. Haar borsten waren klein en stevig, de tepels al hard in de warme nachtlucht, en toen ik er een in mijn mond nam kromde ze haar rug en greep ze in mijn haar. Ik liet mijn tong rondjes draaien, zoog zacht, en voelde haar heupen tegen me aan bewegen. Door mijn korte broek heen moest ze voelen hoe hard ik was. Ze drukte zich er nog wat steviger tegenaan, met een glimlach die ik tegen mijn wang voelde.
"Niet hier," zei ze. "De buren hebben een hond die alles ziet."
Ik lachte, tilde haar op — ze sloeg haar benen om me heen en gilde half van verrassing — en droeg haar naar binnen. Het muskietennet zat in de weg. We vochten er even mee, lachend, tot ze het opzijtrok en zich achterover op het bed liet vallen.
In het halfdonker trok ze haar korte broek uit, en daarna haar bikinibroekje, en lag ze daar naakt op het witte laken met haar knieën opgetrokken. Ik bleef even staan kijken. Ze liet me.
"Jij nu," zei ze.
Ik trok mijn shirt over mijn hoofd, schopte mijn broek uit. Haar blik gleed over me heen en bleef hangen bij mijn lul, die strak tegen mijn buik stond. Ze stak haar hand uit en trok me naar zich toe aan mijn pols.
Ik wilde haar eerst proeven. Ik kuste haar buik, de binnenkant van haar dijen, en toen ik eindelijk mijn tong door haar natte schaamlippen haalde, liet ze een lange, lage kreun horen die door het hele huisje leek te trillen. Ze smaakte zoet en zout tegelijk. Ik nam de tijd, likte langzaam omhoog tot haar clitoris, draaide er kleine cirkels omheen tot haar dijen tegen mijn oren begonnen te trillen. Toen ik er een vinger bij liet glijden, en daarna twee, krulde ik ze omhoog en voelde ik haar om me heen samentrekken.
"Thijs… niet stoppen, niet stoppen…"
Ik stopte niet. Haar hand lag op mijn achterhoofd en duwde me tegen zich aan, en toen ze kwam deed ze dat met haar hele lichaam: rug gekromd, hielen in het matras, een kreet die ze half in het kussen smoorde. Ik bleef zacht likken tot ze me wegduwde, gevoelig en hijgend.
"Kom hier," zei ze. "Nu."
Ze reikte naar haar toilettas op het nachtkastje en haalde er een condoom uit. "Ik ben een optimist," zei ze, toen ze mijn blik zag. Ze scheurde het open met haar tanden en rolde het zelf over me heen, haar hand langzaam, haar ogen op de mijne.
Toen ik in haar gleed, hielden we allebei onze adem in. Ze was heet en strak en nat, en ze sloeg haar benen om mijn heupen en trok me dieper. Een tijdlang bewogen we langzaam, bijna lui, voorhoofd tegen voorhoofd, met het geluid van de zee door het open raam. Ik voelde elke centimeter van haar. Elke keer dat ik helemaal in haar was, kneep ze haar spieren aan en lachte ze zacht als ik daarop kreunde.
"Sneller," fluisterde ze na een tijd. "Ik wil je voelen."
Ik gaf haar wat ze vroeg. Het bed piepte en het muskietennet schommelde boven ons als een zeil in de wind. Haar nagels gingen over mijn rug, haar hakken in mijn billen. Ze liet een hand tussen ons in glijden en wreef over haar clitoris terwijl ik in haar stootte, en ik zag hoe haar gezicht zich weer begon te spannen, haar mond open, haar ogen half dicht.
"Ik kom weer," hijgde ze verbaasd. "Godverdomme, ik kom weer…"
Dat gaf de doorslag. Ik voelde haar om me heen samenknijpen en het werd wit achter mijn ogen. Ik kwam diep in haar met een kreun die ik niet kon tegenhouden, mijn gezicht in haar hals, haar armen om me heen geklemd alsof ze bang was dat ik weg zou drijven.
Daarna lagen we lang stil. Het zweet koelde op onze huid in de bries die door het raam kwam. Ergens blafte de hond van de buren, één keer, alsof hij commentaar gaf. Iris begon te giechelen, en toen ik ook moest lachen, lagen we allebei te schudden onder het witte laken.
"Die bank," zei ze uiteindelijk. "Die heb je niet meer nodig, denk ik."
"Ik had hem ook al afgeschreven."
Ze legde haar hoofd op mijn borst. Ik streek door haar krullen, die nat waren bij haar slapen. "Weet je wat het gekke is?" zei ze zacht. "Ik was bang dat ik dit niet meer kon. Gewoon iemand vertrouwen, zonder dat het meteen iets moest betekenen."
"En?"
"En het betekent wél iets. Maar het hoeft niet groot te zijn." Ze tilde haar hoofd op en keek me aan. "Het mag gewoon een paar dagen op een eiland zijn."
De volgende ochtend werd ik wakker van de geur van koffie. Iris stond op het terras in mijn shirt, dat haar tot halverwege haar dijen kwam, met twee kopjes in haar handen en de zon op haar gezicht. Ik kookte die avond, zoals beloofd: pasta met tomaten van het markje en veel te veel knoflook. We aten op het terras, met onze voeten op elkaars stoelen, en gingen daarna zwemmen in de baai, naakt, in het donker, tot we het koud kregen en elkaar warm moesten houden.
Op zondag ging de taverne weer open. De eigenaar, een kleine man met een gigantische snor, verontschuldigde zich uitgebreid en bood me de kamer gratis aan voor de rest van mijn verblijf.
Ik bedankte hem en zei dat ik al een plek had.
Toen ik terugliep naar het huisje tegen de heuvel, met twee broden van de enige bakkerij onder mijn arm, zat Iris op het terras met haar boek. Ze keek op en glimlachte, en ik wist dat het precies was wat ze had gezegd: niet groot, maar wel iets. Een paar dagen op een eiland. Een bank die ik nooit had gebruikt.
Een veerboot die ik bijna had gemist.
