Tussen haar boeken en mijn adem
De boekwinkel was al een half uur dicht toen Isa nog steeds tussen de planken stond met een stapel paperbacks tegen haar borst. Ik had de deur van binnen vergrendeld, het bordje op GESLOTEN gedraaid, en keek toe hoe ze met haar vingertoppen over de ruggen gleed alsof ze iets zocht wat ze allang had gevonden. Buiten regende het zacht; de druppels tekenden strepen op de etalageruit, achter de poster van de maandelijkse leesclub.
"Noa, deze moet je lezen," zei ze zonder om te kijken. "Echt. De zin op pagina twaalf alleen al. Ik heb hem drie keer herlezen in de trein."
Isa kwam hier elke donderdag sinds maart. Eerst als klant die vroeg naar vertalingen uit het Zweeds, dan als iemand die bleef hangen tot ik de kassa aftelde, en nu als de vrouw voor wie ik de lichten langer aanhield dan strikt nodig was. Ze had kort haar dat steeds een andere kant op viel, een mond die snel lachte, en een manier van kijken die me het gevoel gaf dat ze me las alsof ik ook een boek was — met aandacht, met geduld, met een bladwijzer tussen de bladzijden die ze nog niet mocht omslaan.
Ik wist al weken dat ik verliefd op haar was. Ik wist het toen ze me thee bracht in een papieren beker omdat ik de ketel vergeten was. Ik wist het toen ze een klant hielp die een cadeau zocht voor een tante, en zo zacht uitlegde waarom dit boek beter was dan dat. Ik wist het elke keer dat onze handen elkaar raakten bij het overdragen van een bestelling, en ik te lang bleef staan.
Ik liep naar haar toe tussen de poëzierekken. "Je zegt dat elke week."
"En elke week heb ik gelijk." Ze draaide zich om. Te dichtbij voor toeval. Haar schouder raakte mijn borst. Ik rook inkt en haar shampoo, iets met citrus en een vleugje koffie van de bar om de hoek. "Of wil je dat ik ophoud met komen? Zeg het eerlijk. Dan vind ik een andere boekwinkel en doe ik alsof donderdag gewoon een dag is."
"Nee," zei ik te snel. Mijn stem klonk rauwer dan ik wilde. "Blijf. Alsjeblieft. Blijf."
Haar glimlach werd kleiner, intiemer. Ze legde de boeken op de lage tafel tussen de fauteuils — de plek waar overdag mensen zaten te bladeren — en nam mijn hand. Haar duim streek over mijn palm, traag, alsof ze een zin onderstreepte die ze hardop wilde lezen maar nog niet durfde.
"Ik blijf al maanden," fluisterde ze. "Maar ik wil meer dan koffie na sluitingstijd en gesprekken over vertalingen. Ik wil weten hoe jouw mond smaakt. Ik wil weten of je snurkt. Ik wil—" Ze slikte. "Ik wil jou. Niet alleen de eigenares van de winkel die me boeken aanraadt."
Mijn keel werd droog. "Wat als ik dat ook wil? Al sinds die eerste donderdag, toen je vroeg of ik De passie volgens G.H. op voorraad had en ik ja zei terwijl ik het niet eens had gelezen."
Ze lachte, verrast. "Je hebt het toen besteld."
"Diezelfde avond. En uitgelezen in een weekend. Omdat jij ernaar vroeg."
Haar ogen werden vochtig, of misschien was het de reflectie van het leeslicht. Ze kuste me.
Zacht eerst. Lippen die vroegen in plaats van namen. Ik antwoordde met dezelfde zachtheid, handen in haar korte haar, lichaam dat vanzelf dichterbij schoof tot er geen ruimte meer was tussen ons. De kus werd dieper. Haar tong gleed langs de mijne, voorzichtig, en ik voelde hoe mijn buik samentrok van verlangen dat ik wekenlang had weggestopt tussen bestellingen en facturen en de angst dat ik het verkeerd zag.
We zakten samen in de fauteuil bij het raam. Buiten scheen alleen nog de straatlamp; binnen brandde het warme leeslicht boven de poëzierek. Isa ging half op mijn schoot zitten, rok omhoog geschoven, knieën aan weerszijden van mijn heupen. Ik kuste haar kaak, haar keel, de plek waar haar polshorloge tikte tegen mijn schouder toen ze haar armen om mijn nek sloeg. Haar huid was warm. Haar adem kwam sneller.
"Hier?" ademde ze. "Tussen je eigen boeken? Wat als iemand door het raam—"
"Het is half elf en het regent. Niemand kijkt naar een dichte boekwinkel." Ik streek haar haar achter haar oor. "Maar als je wilt, doen we het licht uit. Of gaan we naar boven. Er is een trap achterin. En een bed."
Ze aarzelde één hartslag. Toen: "Hier eerst. Ik wil je hier. Tussen wat van jou is. Daarna boven."
Ik knikte. Haar handen gingen onder mijn trui, warm tegen mijn huid, vingers die over mijn ribben streken tot ze mijn bh bereikten. Ze knoopte hem los zonder haast, duwde de cups omhoog en boog zich voorover om mijn tepel in haar mond te nemen. Ik kreunde, hoofd achterover tegen de leuning. Haar tong was nat en precies; ze zoog zacht, beet licht, en ik voelde het tot tussen mijn benen, een trekken dat me deed wiebelen op de stoel.
Ik trok haar blouse over haar hoofd. Geen bh. Alleen huid, kleine borsten, tepels die hard werden onder mijn duimen toen ik ze streelde. Ik kuste ze beurtelings, terwijl mijn andere hand over haar dij omhoog gleed, onder de rok, tot ik het katoen van haar slipje voelde. Nat al. Ze hijgde tegen mijn haar toen ik over de stof streek, heen en weer, druk tegen haar clitoris zonder die nog echt aan te raken.
"Noa… alsjeblieft. Niet plagen. Ik wacht al sinds maart."
Ik schoof het slipje opzij. Mijn vingers vonden haar natte plooien, glad en warm. Ik cirkelde over haar clitoris, langzaam, tot haar heupen vanzelf meebewogen. Toen gleed ik twee vingers naar binnen, palm tegen haar, duim die bleef strelen. Isa beet in haar onderlip, ogen halfdicht, en begon zacht tegen mijn hand te rijden. Haar handen klemden zich om mijn schouders.
"Zo," fluisterde ik. "Laat me voelen hoe je komt. Ik wil het. Hier. Nu."
Ze lachte ademloos. "Bazig voor iemand die vorige week nog deed alsof we alleen over poëzie praatten."
"Ik heb genoeg gedaan alsof. Ik wil eerlijk zijn. Met mijn handen. Met mijn mond. Met alles."
Ik boog me voorover, trok haar dichterbij, en kuste haar terwijl ik sneller bewoog. Haar binnenste kneep om mijn vingers. Ze kwam met een stille, lange zucht, voorhoofd tegen het mijne, dijen die trilden aan weerszijden van mijn schoot. Ik hield haar vast tot de golven wegebden, kuste haar slapen, haar mondhoek, de natte rand van haar wimper. Ze rook naar citrus en lust.
Toen schoof ze van mijn schoot, knielde tussen mijn knieën op het vloerkleed tussen de stapels ongelezen recensie-exemplaren, en keek omhoog. "Mijn beurt. En ik ga niet haastig doen. Jij hebt maanden gedaan alsof. Ik ga je uit elkaar lezen."
Ze trok mijn jeans en slip omlaag. Ik spreidde mijn benen in de fauteuil, bloot tussen de boekenkasten, en Isa legde haar mond op me alsof ze eindelijk bij de zin was die ze wekenlang had willen lezen. Haar tong vlakte over mijn clitoris, langzaam en breed, daarna puntiger, strakker. Twee vingers gleven weer naar binnen — de hare dit keer — en ik greep de armleuningen vast tot mijn knokkels wit werden.
Het was te veel en precies genoeg. Haar mond, haar hand, het zachte geluid van natheid in de stille winkel, de regen tegen de ruiten als een tweede ritme. Ik kwam hard, met haar naam op mijn lippen, heupen die van de stoel omhoogdrukten tegen haar gezicht. Ze likte me doorheen tot ik zachtjes haar haar greep en haar omhoogtrok voor een kus die naar mij smaakte, zout en zoet.
We waren nog niet klaar. Isa trok me mee naar de lage tafel, schoof de paperbacks opzij met een apologetisch gebaar naar de covers, en ging op haar rug liggen met open armen. Ik ging bovenop haar, dij tegen dij, nat tegen nat, en begon te wrijven — langzaam eerst, dan sneller, clitoris tegen clitoris, handen ineengeslagen boven haar hoofd. Haar adem heet tegen mijn mond. Mijn borsten tegen de hare. De tafel kraakte zacht, een geluid dat ik morgen zou herkennen elke keer dat iemand daar een boek neerlegde.
"Ik ga weer," hijgde ze.
"Samen. Kijk me aan."
We kwamen door elkaar heen, een warboel van snikken en kussen en nagelafdrukken in elkaars handen. Daarna bleven we liggen, benen verstrengeld, de koelkast achterin die zacht zoemde alsof hij ons geheim bewaarde tussen de flessen water en de halflege melk.
Isa streek een lok achter mijn oor. Haar stem was hees. "Donderdag blijft bestaan, toch? Ook als we dit doen? Ik wil niet dat de winkel opeens ongemakkelijk wordt. Of dat jij denkt dat ik alleen voor seks kwam."
"Donderdag blijft," zei ik. "En vrijdag. En de ochtend erna, als je wilt blijven slapen boven de winkel. En zondag, als we samen de nieuwe levering uitpakken. Ik wil je in mijn leven, Isa. Niet alleen op mijn tafel."
Haar ogen werden warm. "Boven is echt een bed?"
"Een smal bed. En thee. En nog meer boeken. En een raam met uitzicht op de steeg, wat minder romantisch klinkt dan het is tot je ziet hoe het licht er 's ochtends invalt."
Ze lachte, kuste mijn schouder, en fluisterde: "Pak die stapel. Ik neem hem mee. En jou ook, als je de sleutel omdraait en het alarm zet."
Ik deed de lichten uit één voor één, liet alleen het nachtlampje bij de trap branden, controleerde het slot, en volgde haar naar boven met de paperbacks onder mijn arm en haar hand in de mijne. Beneden bleef de winkel stil achter, vol zinnen die we later nog zouden lezen. Boven, in het smalle bed tussen de dozen met bestsellers en de wasmand die ik had vergeten op te ruimen, legde Isa haar hoofd op mijn borst en ademde ik eindelijk uit — alsof ik maandenlang een bladwijzer tussen ons had gehouden en hem eindelijk mocht omslaan.
Voor ik insliep, fluisterde ze: "Pagina twaalf. Morgen lees ik hem je voor. Na de koffie. Voor we naar beneden gaan."
"Deal," mompelde ik tegen haar haar. En buiten bleef de regen zacht tegen het dak tikken, alsof de stad zelf ook even ophield met bladeren en bleef hangen bij precies deze zin.
"Noa, deze moet je lezen," zei ze zonder om te kijken. "Echt. De zin op pagina twaalf alleen al. Ik heb hem drie keer herlezen in de trein."
Isa kwam hier elke donderdag sinds maart. Eerst als klant die vroeg naar vertalingen uit het Zweeds, dan als iemand die bleef hangen tot ik de kassa aftelde, en nu als de vrouw voor wie ik de lichten langer aanhield dan strikt nodig was. Ze had kort haar dat steeds een andere kant op viel, een mond die snel lachte, en een manier van kijken die me het gevoel gaf dat ze me las alsof ik ook een boek was — met aandacht, met geduld, met een bladwijzer tussen de bladzijden die ze nog niet mocht omslaan.
Ik wist al weken dat ik verliefd op haar was. Ik wist het toen ze me thee bracht in een papieren beker omdat ik de ketel vergeten was. Ik wist het toen ze een klant hielp die een cadeau zocht voor een tante, en zo zacht uitlegde waarom dit boek beter was dan dat. Ik wist het elke keer dat onze handen elkaar raakten bij het overdragen van een bestelling, en ik te lang bleef staan.
Ik liep naar haar toe tussen de poëzierekken. "Je zegt dat elke week."
"En elke week heb ik gelijk." Ze draaide zich om. Te dichtbij voor toeval. Haar schouder raakte mijn borst. Ik rook inkt en haar shampoo, iets met citrus en een vleugje koffie van de bar om de hoek. "Of wil je dat ik ophoud met komen? Zeg het eerlijk. Dan vind ik een andere boekwinkel en doe ik alsof donderdag gewoon een dag is."
"Nee," zei ik te snel. Mijn stem klonk rauwer dan ik wilde. "Blijf. Alsjeblieft. Blijf."
Haar glimlach werd kleiner, intiemer. Ze legde de boeken op de lage tafel tussen de fauteuils — de plek waar overdag mensen zaten te bladeren — en nam mijn hand. Haar duim streek over mijn palm, traag, alsof ze een zin onderstreepte die ze hardop wilde lezen maar nog niet durfde.
"Ik blijf al maanden," fluisterde ze. "Maar ik wil meer dan koffie na sluitingstijd en gesprekken over vertalingen. Ik wil weten hoe jouw mond smaakt. Ik wil weten of je snurkt. Ik wil—" Ze slikte. "Ik wil jou. Niet alleen de eigenares van de winkel die me boeken aanraadt."
Mijn keel werd droog. "Wat als ik dat ook wil? Al sinds die eerste donderdag, toen je vroeg of ik De passie volgens G.H. op voorraad had en ik ja zei terwijl ik het niet eens had gelezen."
Ze lachte, verrast. "Je hebt het toen besteld."
"Diezelfde avond. En uitgelezen in een weekend. Omdat jij ernaar vroeg."
Haar ogen werden vochtig, of misschien was het de reflectie van het leeslicht. Ze kuste me.
Zacht eerst. Lippen die vroegen in plaats van namen. Ik antwoordde met dezelfde zachtheid, handen in haar korte haar, lichaam dat vanzelf dichterbij schoof tot er geen ruimte meer was tussen ons. De kus werd dieper. Haar tong gleed langs de mijne, voorzichtig, en ik voelde hoe mijn buik samentrok van verlangen dat ik wekenlang had weggestopt tussen bestellingen en facturen en de angst dat ik het verkeerd zag.
We zakten samen in de fauteuil bij het raam. Buiten scheen alleen nog de straatlamp; binnen brandde het warme leeslicht boven de poëzierek. Isa ging half op mijn schoot zitten, rok omhoog geschoven, knieën aan weerszijden van mijn heupen. Ik kuste haar kaak, haar keel, de plek waar haar polshorloge tikte tegen mijn schouder toen ze haar armen om mijn nek sloeg. Haar huid was warm. Haar adem kwam sneller.
"Hier?" ademde ze. "Tussen je eigen boeken? Wat als iemand door het raam—"
"Het is half elf en het regent. Niemand kijkt naar een dichte boekwinkel." Ik streek haar haar achter haar oor. "Maar als je wilt, doen we het licht uit. Of gaan we naar boven. Er is een trap achterin. En een bed."
Ze aarzelde één hartslag. Toen: "Hier eerst. Ik wil je hier. Tussen wat van jou is. Daarna boven."
Ik knikte. Haar handen gingen onder mijn trui, warm tegen mijn huid, vingers die over mijn ribben streken tot ze mijn bh bereikten. Ze knoopte hem los zonder haast, duwde de cups omhoog en boog zich voorover om mijn tepel in haar mond te nemen. Ik kreunde, hoofd achterover tegen de leuning. Haar tong was nat en precies; ze zoog zacht, beet licht, en ik voelde het tot tussen mijn benen, een trekken dat me deed wiebelen op de stoel.
Ik trok haar blouse over haar hoofd. Geen bh. Alleen huid, kleine borsten, tepels die hard werden onder mijn duimen toen ik ze streelde. Ik kuste ze beurtelings, terwijl mijn andere hand over haar dij omhoog gleed, onder de rok, tot ik het katoen van haar slipje voelde. Nat al. Ze hijgde tegen mijn haar toen ik over de stof streek, heen en weer, druk tegen haar clitoris zonder die nog echt aan te raken.
"Noa… alsjeblieft. Niet plagen. Ik wacht al sinds maart."
Ik schoof het slipje opzij. Mijn vingers vonden haar natte plooien, glad en warm. Ik cirkelde over haar clitoris, langzaam, tot haar heupen vanzelf meebewogen. Toen gleed ik twee vingers naar binnen, palm tegen haar, duim die bleef strelen. Isa beet in haar onderlip, ogen halfdicht, en begon zacht tegen mijn hand te rijden. Haar handen klemden zich om mijn schouders.
"Zo," fluisterde ik. "Laat me voelen hoe je komt. Ik wil het. Hier. Nu."
Ze lachte ademloos. "Bazig voor iemand die vorige week nog deed alsof we alleen over poëzie praatten."
"Ik heb genoeg gedaan alsof. Ik wil eerlijk zijn. Met mijn handen. Met mijn mond. Met alles."
Ik boog me voorover, trok haar dichterbij, en kuste haar terwijl ik sneller bewoog. Haar binnenste kneep om mijn vingers. Ze kwam met een stille, lange zucht, voorhoofd tegen het mijne, dijen die trilden aan weerszijden van mijn schoot. Ik hield haar vast tot de golven wegebden, kuste haar slapen, haar mondhoek, de natte rand van haar wimper. Ze rook naar citrus en lust.
Toen schoof ze van mijn schoot, knielde tussen mijn knieën op het vloerkleed tussen de stapels ongelezen recensie-exemplaren, en keek omhoog. "Mijn beurt. En ik ga niet haastig doen. Jij hebt maanden gedaan alsof. Ik ga je uit elkaar lezen."
Ze trok mijn jeans en slip omlaag. Ik spreidde mijn benen in de fauteuil, bloot tussen de boekenkasten, en Isa legde haar mond op me alsof ze eindelijk bij de zin was die ze wekenlang had willen lezen. Haar tong vlakte over mijn clitoris, langzaam en breed, daarna puntiger, strakker. Twee vingers gleven weer naar binnen — de hare dit keer — en ik greep de armleuningen vast tot mijn knokkels wit werden.
Het was te veel en precies genoeg. Haar mond, haar hand, het zachte geluid van natheid in de stille winkel, de regen tegen de ruiten als een tweede ritme. Ik kwam hard, met haar naam op mijn lippen, heupen die van de stoel omhoogdrukten tegen haar gezicht. Ze likte me doorheen tot ik zachtjes haar haar greep en haar omhoogtrok voor een kus die naar mij smaakte, zout en zoet.
We waren nog niet klaar. Isa trok me mee naar de lage tafel, schoof de paperbacks opzij met een apologetisch gebaar naar de covers, en ging op haar rug liggen met open armen. Ik ging bovenop haar, dij tegen dij, nat tegen nat, en begon te wrijven — langzaam eerst, dan sneller, clitoris tegen clitoris, handen ineengeslagen boven haar hoofd. Haar adem heet tegen mijn mond. Mijn borsten tegen de hare. De tafel kraakte zacht, een geluid dat ik morgen zou herkennen elke keer dat iemand daar een boek neerlegde.
"Ik ga weer," hijgde ze.
"Samen. Kijk me aan."
We kwamen door elkaar heen, een warboel van snikken en kussen en nagelafdrukken in elkaars handen. Daarna bleven we liggen, benen verstrengeld, de koelkast achterin die zacht zoemde alsof hij ons geheim bewaarde tussen de flessen water en de halflege melk.
Isa streek een lok achter mijn oor. Haar stem was hees. "Donderdag blijft bestaan, toch? Ook als we dit doen? Ik wil niet dat de winkel opeens ongemakkelijk wordt. Of dat jij denkt dat ik alleen voor seks kwam."
"Donderdag blijft," zei ik. "En vrijdag. En de ochtend erna, als je wilt blijven slapen boven de winkel. En zondag, als we samen de nieuwe levering uitpakken. Ik wil je in mijn leven, Isa. Niet alleen op mijn tafel."
Haar ogen werden warm. "Boven is echt een bed?"
"Een smal bed. En thee. En nog meer boeken. En een raam met uitzicht op de steeg, wat minder romantisch klinkt dan het is tot je ziet hoe het licht er 's ochtends invalt."
Ze lachte, kuste mijn schouder, en fluisterde: "Pak die stapel. Ik neem hem mee. En jou ook, als je de sleutel omdraait en het alarm zet."
Ik deed de lichten uit één voor één, liet alleen het nachtlampje bij de trap branden, controleerde het slot, en volgde haar naar boven met de paperbacks onder mijn arm en haar hand in de mijne. Beneden bleef de winkel stil achter, vol zinnen die we later nog zouden lezen. Boven, in het smalle bed tussen de dozen met bestsellers en de wasmand die ik had vergeten op te ruimen, legde Isa haar hoofd op mijn borst en ademde ik eindelijk uit — alsof ik maandenlang een bladwijzer tussen ons had gehouden en hem eindelijk mocht omslaan.
Voor ik insliep, fluisterde ze: "Pagina twaalf. Morgen lees ik hem je voor. Na de koffie. Voor we naar beneden gaan."
"Deal," mompelde ik tegen haar haar. En buiten bleef de regen zacht tegen het dak tikken, alsof de stad zelf ook even ophield met bladeren en bleef hangen bij precies deze zin.
