Tot ik het zelf vroeg
Buiten reed een scooter voorbij. Ergens in huis tikte de verwarming. Ik voelde een lichte, zoete pijn als ik mijn benen bewoog, een herinnering aan wat we hadden gedaan — niet als iets dat me was afgenomen, maar als iets dat ik had gegeven en ontvangen tegelijk.
Ik viel in slaap met zijn arm om mijn middel, zijn adem in mijn nek, en de zekerheid dat mijn eerste keer niet iets was geweest dat me overkwam. Het was iets dat ik had gekozen. Met iemand die ik vertrouwde. Tot ik het zelf vroeg — en hij ja zei, en bleef, en me hield alsof dat het belangrijkste was wat er die avond te doen viel.
Ik viel in slaap met zijn arm om mijn middel, zijn adem in mijn nek, en de zekerheid dat mijn eerste keer niet iets was geweest dat me overkwam. Het was iets dat ik had gekozen. Met iemand die ik vertrouwde. Tot ik het zelf vroeg — en hij ja zei, en bleef, en me hield alsof dat het belangrijkste was wat er die avond te doen viel.
