De das om mijn polsen
Hij vroeg of hij mijn polsen mocht vastmaken. Niet met iets kinks, met de das die hij die dag op kantoor had gedragen. Ik knikte. Zijde, te zacht om écht vast te zitten, stevig genoeg om te voelen.
Ik lag op mijn rug, armen boven mijn hoofd, de das om het bedframe. Hij keek langer dan hij aanraakte. Dat was het begin. Zijn mond overal behalve daar waar ik het wilde, tot ik vroeg. Hij schudde nee.
Pas toen ik het nog een keer vroeg, rustiger, gaf hij toe. Zijn tong, zijn vingers, niet zijn lul, niet meteen. Ik trok aan de das en kwam zo, slordig, met de knopen in mijn polsen.
Toen nam hij me, diep, mijn benen over zijn schouders. Ik kon hem niet vasthouden. Dat miste ik en dat was het punt. Hij kwam met zijn voorhoofd tegen het mijne, de das nog strak.
Hij maakte me los en kuste de streepjes in mijn huid. 'Te strak?' Ik schudde nee. We dronken water. De das hing de volgende dag weer netjes bij zijn overhemden.
Ik lag op mijn rug, armen boven mijn hoofd, de das om het bedframe. Hij keek langer dan hij aanraakte. Dat was het begin. Zijn mond overal behalve daar waar ik het wilde, tot ik vroeg. Hij schudde nee.
Pas toen ik het nog een keer vroeg, rustiger, gaf hij toe. Zijn tong, zijn vingers, niet zijn lul, niet meteen. Ik trok aan de das en kwam zo, slordig, met de knopen in mijn polsen.
Toen nam hij me, diep, mijn benen over zijn schouders. Ik kon hem niet vasthouden. Dat miste ik en dat was het punt. Hij kwam met zijn voorhoofd tegen het mijne, de das nog strak.
Hij maakte me los en kuste de streepjes in mijn huid. 'Te strak?' Ik schudde nee. We dronken water. De das hing de volgende dag weer netjes bij zijn overhemden.
