De brief uit Venetië
In de lade van het antieke bureau in het huurappartement aan de Canal Grande lag een brief. Gevouwen, vergeeld aan de randen, geschreven met inkt die bijna een eeuw oud leek — hoewel de datum bovenaan schokkend modern was: drie weken geleden. Noor vond hem op haar tweede avond in Venetië, toen ze een stekkeradapter zocht en in plaats daarvan een geheimenis opende.
Ze was zevenendertig, schrijfster van historische romans, en had het appartement voor twee weken gehuurd om aan haar nieuwe boek te werken. Alleen. Stilte. Gondels beneden, voetstappen op de stenen vloeren, de geur van zout en oud hout. De eerste avond had ze pasta gekookt, naar buiten gestaard, en drie pagina's geschreven die ze meteen weer schrapte. De tweede avond opende ze de verkeerde lade.
De brief was gericht aan Wie dit leest, en ondertekend met alleen een initiaal: L.
Als je dit vindt, schreef L., dan heb je de lade geopend die ik expres half open liet. Ik huur dit appartement elke herfst. Ik vertrek morgen. Misschien zoek ik geen antwoord. Misschien wel. Als je wilt spelen, laat dan vanavond om negen uur het raam aan de canalkant open. Doe een rode sjaal over de leuning van de stoel bij het raam. Ik zal weten dat je bestaat. De rest is fantasie — tot die fantasie flesh wordt, met toestemming, met namen, met een safeword als we dat nodig hebben. Ik ben vrouw. Ik ben ouder dan dertig. Ik wil geen gevaar. Ik wil een verhaal dat we samen afmaken.
Noor las het twee keer. Haar hartkloppingen waren half literair, half lichamelijk. Dit was precies het soort plottwist dat ze in boeken schreef en in het echte leven nooit tegenkwam. Ze liep door het appartement, brief in de hand, en voelde zich absurd en opgewonden tegelijk. Ze had een rode sjaal in haar koffer — toevallig, of niet. Om half negen hing die sjaal over de stoel. Om negen stond het raam open. De canal rook naar water en avond. Noor schonk zichzelf een glas wijn in en wachtte zonder te weten of ze op een mens wachtte of op een grap van het universum.
Om half tien klonk er een lichte klop op de deur.
De vrouw die binnenkwam was lang, begin veertig, kort donker haar, een jas van linnen, ogen die eerst de kamer en toen Noor opnamen. Ze glimlachte niet meteen. Eerst keek ze naar de sjaal, toen naar Noor's gezicht, toen naar het glas wijn alsof dat ook een antwoord was.
L., zei ze. Livia. En jij?
Noor.
Nederlandse?
Ja. Jij?
Italiaans-Argentijns. Ik schrijf essays. Jij romans, denk ik — er ligt een manuscript naast je laptop. Ik heb niet gelezen. Alleen gezien.
Noor lachte, nerveus. Je hebt mijn lade geplunderd voordat je vertrok.
Ik heb een brief achtergelaten. Dat is iets anders. Livia deed haar jas uit. Daaronder een eenvoudige zwarte jurk. We kunnen thee drinken en praten tot middernacht en daarna apart slapen. Of we kunnen afspreken wat we willen. Ik speel graag met rollen. Met spanning. Niet met angst. Zeg wat jij wilt. Zeg ook wat je niet wilt.
Noor slikte. Ik wil dat je doet alsof je me kent uit een vorig leven. Alsof we elkaar eeuwen zoeken. En dan wil ik dat je me aanraakt alsof je eindelijk gevonden hebt wat je miste. Geen pijn. Geen vernedering. Wel bevelen, als je dat wilt. Wel langzaam.
Livia's blik warmde. Dat kan ik. En jij zegt rosso als je wilt stoppen. Groen is door. Oranje is langzamer. Akkoord?
Akkoord.
Ze dronken geen thee. Livia liep naar Noor, tilde haar kin op, en kuste haar alsof de brief al een belofte was geweest. Noor opende haar mond. De kus smaakte naar munt en iets metallisch van de avondlucht. Livia's handen vonden de rits van Noor's jurk en trokken die langzaam omlaag. De stof gleed van Noor's schouders. Daaronder alleen een slipje. Koude lucht van het open raam raakte haar huid; Livia's handen warmden die weer op.
Mooi, fluisterde Livia in het Italiaans, toen in het Engels: Beautiful. Lie down. Laat me kijken alsof ik je eeuwen mis.
Noor ging op het grote bed liggen, op linnen lakens die naar lavendel roken. Livia kleedde zich uit zonder show — jurk, bh, slipje — tot ze naakt stond in het licht van één lamp. Haar lichaam was sterk, met littekens van een oude operatie op haar buik die ze niet verborg. Ze ging boven Noor hangen en kuste haar keel, haar borsten, beet zacht in een tepel tot Noor zuchtte. Elke kus leek een zin in een verhaal dat ze samen schreven.
In mijn fantasie, zei Livia tegen Noor's huid, heb ik je eeuwen geleden in een bibliotheek verloren. Vanavond vind ik je terug tussen boeken en water. Zeg groen als je er nog bent.
Groen, ademde Noor.
Livia's hand gleed tussen Noors benen, vond haar al nat, en masseerde haar clitoris met trage, precieze druk. Twee vingers schoven naar binnen. Noor boog haar rug. Livia kuste haar terwijl ze haar vingers bewoog, diep, krommend, tot Noor hijgde tegen haar mond. Dan ging Livia lager, verving haar vingers door haar tong, en likte Noor open alsof ze inderdaad iets terugvond wat ze kwijt was geweest. Ze varieerde: plat, puntig, cirkelend, stil. Noor kwam met haar handen in de lakens, met Livia's naam — de echte, niet de initiaal — op haar lippen.
Ze wisselden. Noor knielde tussen Livia's dijen en ontdekte haar: de smaak, de hitte, de manier waarop Livia's hand stevig in Noor's haar bleef zonder te duwen. Noor schoof haar tong diep, wreef met haar duim over Livia's clitoris, en voelde Livia komen in golven, stil, intens, met haar dijen om Noor's oren. Livia zei iets in het Spaans dat Noor niet verstond maar wel voelde als dankbaarheid.
Daarna lagen ze. De canal kabbelde. Een boot passeerde met stemmen die Italiaans zongen. Noor tekende met haar vinger een lijn over Livia's litteken; Livia liet het toe zonder uitleg.
Blijf je? vroeg Noor.
Vanavond wel. Morgen beslis ik of de brief een eenakter was of een serie.
Noor glimlachte. Ik schrijf series. En ik ben slecht in cliffhangers die nooit worden afgemaakt.
Livia rolde op haar zij, streek Noor's wang. Dan heb ik misschien een co-auteur nodig. Voor het hoofdstuk waarin we 's ochtends opnieuw beginnen, zonder brief, met ontbijt en eerlijke namen. En voor het hoofdstuk waarin ik je vertel dat ik bang was dat niemand de lade zou openen.
Ze deden dat. Om zes uur, toen het licht nog blauw was boven de daken, werd Noor wakker van Livia's mond op haar buik. Zonder woorden, zonder rollenspel dit keer — alleen huid, adem, natte vingers en een orgasme dat Noor half in slaap nog voelde aankomen. Daarna Livia, zittend op Noors dij, wrijvend tot ze zelf kwam met haar hoofd achterover en haar handen op Noor's borsten. Noor hield haar heupen vast tot de trillingen stopten.
Bij het ontbijt op het kleine balkon — koffie, cornetti, de geur van de bakkerij om de hoek — legde Livia haar telefoonnummer op een servet.
Geen lade meer, zei ze. Gewoon een nummer. Als je wilt, stuur ik je de essays die ik hier schreef. Als je wilt, kom ik vanavond terug. Als je wilt, zeg je rosso tegen het hele idee en houd je een mooi verhaal over om ooit in een roman te zetten. Alle drie zijn eerlijke keuzes.
Noor keek naar het water, naar Livia's hand, naar de rode sjaal die nog over de stoel hing alsof hij getuige was geweest. Ze dacht aan alle personages die ze had laten verlangen zonder ooit zelf zo duidelijk te kiezen.
Kom vanavond terug, zei ze. Zonder brief. Met wijn. En vertel me wie je bent als je niet speelt.
Livia glimlachte, eindelijk breed. Ik ben iemand die brieven achterlaat in lades en hoopt dat de juiste vrouw ze vindt. Blijkbaar deed ze dat. En ik ben iemand die 's ochtends cornetti eet met kruimels op haar lippen en toch denkt dat dit het meest elegante is wat me in jaren is overkomen.
Ze kusten boven de canal, met toeristen beneden die niets wisten van safewords en rode sjaals en fantasieën die vlees werden. Noor dacht: dit is geen plot die ik verzin. Dit is een nacht die ik leef. En voor een schrijfster die jarenlang alleen op papier had begeerd, was dat het meest erotische wat er bestond — niet alleen het lichaam van een ander, maar de toestemming om het verhaal samen verder te schrijven, zin voor zin, kus voor kus, tot de ochtend opnieuw blauw werd boven Venetië.
Ze was zevenendertig, schrijfster van historische romans, en had het appartement voor twee weken gehuurd om aan haar nieuwe boek te werken. Alleen. Stilte. Gondels beneden, voetstappen op de stenen vloeren, de geur van zout en oud hout. De eerste avond had ze pasta gekookt, naar buiten gestaard, en drie pagina's geschreven die ze meteen weer schrapte. De tweede avond opende ze de verkeerde lade.
De brief was gericht aan Wie dit leest, en ondertekend met alleen een initiaal: L.
Als je dit vindt, schreef L., dan heb je de lade geopend die ik expres half open liet. Ik huur dit appartement elke herfst. Ik vertrek morgen. Misschien zoek ik geen antwoord. Misschien wel. Als je wilt spelen, laat dan vanavond om negen uur het raam aan de canalkant open. Doe een rode sjaal over de leuning van de stoel bij het raam. Ik zal weten dat je bestaat. De rest is fantasie — tot die fantasie flesh wordt, met toestemming, met namen, met een safeword als we dat nodig hebben. Ik ben vrouw. Ik ben ouder dan dertig. Ik wil geen gevaar. Ik wil een verhaal dat we samen afmaken.
Noor las het twee keer. Haar hartkloppingen waren half literair, half lichamelijk. Dit was precies het soort plottwist dat ze in boeken schreef en in het echte leven nooit tegenkwam. Ze liep door het appartement, brief in de hand, en voelde zich absurd en opgewonden tegelijk. Ze had een rode sjaal in haar koffer — toevallig, of niet. Om half negen hing die sjaal over de stoel. Om negen stond het raam open. De canal rook naar water en avond. Noor schonk zichzelf een glas wijn in en wachtte zonder te weten of ze op een mens wachtte of op een grap van het universum.
Om half tien klonk er een lichte klop op de deur.
De vrouw die binnenkwam was lang, begin veertig, kort donker haar, een jas van linnen, ogen die eerst de kamer en toen Noor opnamen. Ze glimlachte niet meteen. Eerst keek ze naar de sjaal, toen naar Noor's gezicht, toen naar het glas wijn alsof dat ook een antwoord was.
L., zei ze. Livia. En jij?
Noor.
Nederlandse?
Ja. Jij?
Italiaans-Argentijns. Ik schrijf essays. Jij romans, denk ik — er ligt een manuscript naast je laptop. Ik heb niet gelezen. Alleen gezien.
Noor lachte, nerveus. Je hebt mijn lade geplunderd voordat je vertrok.
Ik heb een brief achtergelaten. Dat is iets anders. Livia deed haar jas uit. Daaronder een eenvoudige zwarte jurk. We kunnen thee drinken en praten tot middernacht en daarna apart slapen. Of we kunnen afspreken wat we willen. Ik speel graag met rollen. Met spanning. Niet met angst. Zeg wat jij wilt. Zeg ook wat je niet wilt.
Noor slikte. Ik wil dat je doet alsof je me kent uit een vorig leven. Alsof we elkaar eeuwen zoeken. En dan wil ik dat je me aanraakt alsof je eindelijk gevonden hebt wat je miste. Geen pijn. Geen vernedering. Wel bevelen, als je dat wilt. Wel langzaam.
Livia's blik warmde. Dat kan ik. En jij zegt rosso als je wilt stoppen. Groen is door. Oranje is langzamer. Akkoord?
Akkoord.
Ze dronken geen thee. Livia liep naar Noor, tilde haar kin op, en kuste haar alsof de brief al een belofte was geweest. Noor opende haar mond. De kus smaakte naar munt en iets metallisch van de avondlucht. Livia's handen vonden de rits van Noor's jurk en trokken die langzaam omlaag. De stof gleed van Noor's schouders. Daaronder alleen een slipje. Koude lucht van het open raam raakte haar huid; Livia's handen warmden die weer op.
Mooi, fluisterde Livia in het Italiaans, toen in het Engels: Beautiful. Lie down. Laat me kijken alsof ik je eeuwen mis.
Noor ging op het grote bed liggen, op linnen lakens die naar lavendel roken. Livia kleedde zich uit zonder show — jurk, bh, slipje — tot ze naakt stond in het licht van één lamp. Haar lichaam was sterk, met littekens van een oude operatie op haar buik die ze niet verborg. Ze ging boven Noor hangen en kuste haar keel, haar borsten, beet zacht in een tepel tot Noor zuchtte. Elke kus leek een zin in een verhaal dat ze samen schreven.
In mijn fantasie, zei Livia tegen Noor's huid, heb ik je eeuwen geleden in een bibliotheek verloren. Vanavond vind ik je terug tussen boeken en water. Zeg groen als je er nog bent.
Groen, ademde Noor.
Livia's hand gleed tussen Noors benen, vond haar al nat, en masseerde haar clitoris met trage, precieze druk. Twee vingers schoven naar binnen. Noor boog haar rug. Livia kuste haar terwijl ze haar vingers bewoog, diep, krommend, tot Noor hijgde tegen haar mond. Dan ging Livia lager, verving haar vingers door haar tong, en likte Noor open alsof ze inderdaad iets terugvond wat ze kwijt was geweest. Ze varieerde: plat, puntig, cirkelend, stil. Noor kwam met haar handen in de lakens, met Livia's naam — de echte, niet de initiaal — op haar lippen.
Ze wisselden. Noor knielde tussen Livia's dijen en ontdekte haar: de smaak, de hitte, de manier waarop Livia's hand stevig in Noor's haar bleef zonder te duwen. Noor schoof haar tong diep, wreef met haar duim over Livia's clitoris, en voelde Livia komen in golven, stil, intens, met haar dijen om Noor's oren. Livia zei iets in het Spaans dat Noor niet verstond maar wel voelde als dankbaarheid.
Daarna lagen ze. De canal kabbelde. Een boot passeerde met stemmen die Italiaans zongen. Noor tekende met haar vinger een lijn over Livia's litteken; Livia liet het toe zonder uitleg.
Blijf je? vroeg Noor.
Vanavond wel. Morgen beslis ik of de brief een eenakter was of een serie.
Noor glimlachte. Ik schrijf series. En ik ben slecht in cliffhangers die nooit worden afgemaakt.
Livia rolde op haar zij, streek Noor's wang. Dan heb ik misschien een co-auteur nodig. Voor het hoofdstuk waarin we 's ochtends opnieuw beginnen, zonder brief, met ontbijt en eerlijke namen. En voor het hoofdstuk waarin ik je vertel dat ik bang was dat niemand de lade zou openen.
Ze deden dat. Om zes uur, toen het licht nog blauw was boven de daken, werd Noor wakker van Livia's mond op haar buik. Zonder woorden, zonder rollenspel dit keer — alleen huid, adem, natte vingers en een orgasme dat Noor half in slaap nog voelde aankomen. Daarna Livia, zittend op Noors dij, wrijvend tot ze zelf kwam met haar hoofd achterover en haar handen op Noor's borsten. Noor hield haar heupen vast tot de trillingen stopten.
Bij het ontbijt op het kleine balkon — koffie, cornetti, de geur van de bakkerij om de hoek — legde Livia haar telefoonnummer op een servet.
Geen lade meer, zei ze. Gewoon een nummer. Als je wilt, stuur ik je de essays die ik hier schreef. Als je wilt, kom ik vanavond terug. Als je wilt, zeg je rosso tegen het hele idee en houd je een mooi verhaal over om ooit in een roman te zetten. Alle drie zijn eerlijke keuzes.
Noor keek naar het water, naar Livia's hand, naar de rode sjaal die nog over de stoel hing alsof hij getuige was geweest. Ze dacht aan alle personages die ze had laten verlangen zonder ooit zelf zo duidelijk te kiezen.
Kom vanavond terug, zei ze. Zonder brief. Met wijn. En vertel me wie je bent als je niet speelt.
Livia glimlachte, eindelijk breed. Ik ben iemand die brieven achterlaat in lades en hoopt dat de juiste vrouw ze vindt. Blijkbaar deed ze dat. En ik ben iemand die 's ochtends cornetti eet met kruimels op haar lippen en toch denkt dat dit het meest elegante is wat me in jaren is overkomen.
Ze kusten boven de canal, met toeristen beneden die niets wisten van safewords en rode sjaals en fantasieën die vlees werden. Noor dacht: dit is geen plot die ik verzin. Dit is een nacht die ik leef. En voor een schrijfster die jarenlang alleen op papier had begeerd, was dat het meest erotische wat er bestond — niet alleen het lichaam van een ander, maar de toestemming om het verhaal samen verder te schrijven, zin voor zin, kus voor kus, tot de ochtend opnieuw blauw werd boven Venetië.
